Echo van Kallisto

Hoofdstuk 2 van 40

Alleen voor volwassenen

Dit boek is voor mensen van 18 jaar en ouder.

Terug

Echo van Kallisto · hoofdstuk 2 van 40

2. Rondleiding

Mara sliep twee uur. Toen ze wakker werd, wist ze eerst niet waar ze was.

Het plafond was te laag. De lucht rook naar metaal. Door het raam gleed een bruine rand Jupiter voorbij. Ze lag stil en voelde de draaiing van de Ring in haar lichaam, een zachte druk naar beneden die nooit ophield.

Er werd op de deur geklopt.

"Mara? Ben je er? Ik ben Femke!"

"Een moment."

Mara ging rechtop zitten en streek haar haar glad. Ze trok haar overall recht en opende de deur zelf. Het was raar dat ze Lotte niet had gevraagd. Ze was het nog niet gewend.

Voor de deur stond een jonge vrouw met een rode vlecht tot op haar middel en sproeten over haar neus. Ze droeg een overall met te lange mouwen, die ze twee keer had opgerold. In haar handen hield ze een tablet en een mok.

"Thee," zei Femke. "Ik wist niet of je koffie of thee dronk. Dus ik heb thee gebracht. Koffie is er op, trouwens. Tomas heeft hem gisteren leeggedronken."

"Thee is prima." Mara nam de mok aan. De warmte trok door haar vingers. "Jij bent Femke Dijkstra. Je hebt het plantje neergezet."

"Ja! Hoe weet je dat?"

"Sander heeft het verteld."

Femke werd rood tot in haar haarlijn. "Hij zegt altijd dat ik te veel praat. Maar ik vond dat een nieuwe hut iets levends nodig had. Het is een basilicum. Hij groeit slecht, maar hij probeert het."

"Ik zal hem water geven."

"Dank je. Wil je de rondleiding? Sander zei dat ik die mag doen. Ik ben de enige die Techniek kent zoals jij het gaat kennen. Ik ben je assistent."

"Graag." Mara zette de mok op het bureau en liep met haar mee de gang in.

De Ring was een lange, gebogen straat. Mara voelde dat haar voeten steeds iets omhoog moesten lopen, hoewel haar ogen zeiden dat de vloer vlak was. Femke liep voor haar uit, met snelle stappen, en wees naar links en rechts.

"Dit is Medisch. Ilse zit er altijd, ook 's nachts. Ze slaapt bijna niet. Hier is het Lab, maar daar mag je alleen met toestemming van Yara in. Zij is de bioloog. Het is haar plek, ze is er kieskeurig over. Daar is de kombuis. Daar is de wasruimte. Daar is de sportzaal, maar die gebruikt niemand behalve Tomas."

"En wat is daar?" Mara wees naar een zware deur zonder naam, midden in de gang.

Femke hield even haar mond. Dat was voor haar een bijzonder lange pauze.

"Dat is Ilses privélab," zei ze toen. "Ze doet er dingen met medicijnen. Je mag er niet in. Niemand mag er in. Het is haar... ze is er gevoelig over."

"Prima." Mara zag dat de deur een zwaar slot had, een van die nieuwe soorten met een vingerafdrukplaat. Voor een privélab was dat veel. Maar ze zei er niets over.

Ze liepen verder en kwamen bij een brede dubbele deur met een metalen plaat: TECHNIEK.

"Hier is het," zei Femke. "Jouw rijk."

De deuren schoven open. Daarachter lag een lange werkplaats vol kasten, stellingen en ordelijke rijen gereedschap. Boven een brede werkbank hingen schermen met diagrammen: luchtstromen, waterleidingen, elektrische circuits. Op de bank stond een half uit elkaar gehaalde pomp.

"Dit is Daans werk," zei Femke zacht. "Hij was bezig met de waterpomp van het tweede circuit. Niemand heeft hem aangeraakt sinds..." Ze maakte haar zin niet af.

Mara liep naar de bank. Ze streek met haar vingers over de metalen rand van de pomp. Er zat nog olie op, droog en stroperig. Ze rook thee. Dezelfde geur als in haar hut.

"Hij dronk thee uit een blikken mok," zei ze. "Dat deed hij al in Delft. Hij zei dat het beter smaakte."

"Ja!" zei Femke verbaasd. "Hoe weet je dat? Hij had een blikken mok met een deuk. Hij zei dat die uit de eerste klas kwam."

"Dat was zijn mok van de basisschool. Hij nam hem overal mee naar toe."

"Je kende hem echt goed."

"Lang geleden." Mara trok haar hand terug. "Wat deed hij hier eigenlijk? Wat was zijn werk?"

"Alles," zei Femke. "Lucht, water, stroom. En nog iets anders. Hij werkte 's nachts. Hij zei dat het stiller was. Soms zat hij uren naar de leidingen te luisteren."

"Luisteren?"

"Ja. Hij hield een stethoscoop tegen de buizen. Ik dacht dat het een grap was. Maar hij deed het serieus."

Mara keek naar een kast aan de muur. Daarin hing een rij stethoscopen en geluidsmeters. Een van de haken was leeg.

"Wat luisterde hij af?" vroeg ze.

"Dat weet ik niet. Hij zei altijd: 'Straks, Femke. Ik moet het zeker weten.'" Femke beet op haar lip. "Hij is nooit meer teruggekomen om het uit te leggen."

Het bleef stil in de werkplaats. De machines zoemden zacht. Ergens aan het plafond tikte een koelleiding.

"Ik zal zijn spullen doorlopen," zei Mara. "Als ik zijn werk wil afmaken, moet ik weten waar hij mee bezig was."

"Mag ik helpen?"

"Natuurlijk. Jij bent mijn assistent."

Femke straalde. Ze hield haar tablet hoog, alsof ze een trofee had gewonnen. "Ik heb alle lijsten! Ik heb de onderhoudsrapporten, de voorraad, de roosters. Het enige wat ik niet heb, is het gat."

"Welk gat?"

Femke keek schuldig. "Het is niets. Het is een rare fout in de logs. Lotte zegt dat ze het niet kan verklaren. Elke nacht ontbreekt er een half uur. Van kwart over vier tot bijna vijf uur. Daan zei dat het geen fout was."

"Wat zei hij dan dat het was?"

"Dat zei hij niet. Hij zei dat ik moest wachten." Femke pakte haar tablet steviger vast. "Ik wacht nog steeds."

Mara keek naar de leeg gehaakte plek in de kast. Ze besloot niet door te vragen. Ze was net aangekomen. Ze wilde niet als eerste dag haar collega's als verdachten behandelen.

"Laten we eerst eten," zei ze. "Daarna zien we verder."

"Goed idee!" Femke draaide zich om. "Het is gehaktbal-dag. Pavel maakt de beste gehaktballen van het zonnestelsel."

"Een minuut nog." Mara bleef bij het bureau achter in de werkplaats staan. Het was een oud, krassig bureau, van echt hout, dat vast met veel moeite hierheen was gebracht. Op het blad lagen een notitieboekje, een lege blikken mok en een kleine kaars in een glazen potje. Iemand had de kaars nooit aangestoken.

"Dit was Daans plek," zei Femke.

"Mag ik de laden zien?"

"Ik denk het. Sander zei dat je alles mag."

Mara trok de bovenste la open. Pennen, een liniaal, een opgevouwen kaart van het station. In de tweede la lagen schroeven en kabelbinders, netjes gesorteerd in vakjes. In de derde la zat een doosje met oude foto's op papier. Het papier was zacht van het vele aanraken. Op de bovenste foto stonden twee jonge mensen op een dijk bij Delft. De jongen had een bril en lachte naar de camera. Het meisje naast hem keek de andere kant op, naar het water, met een hand boven haar ogen.

Mara keek er lang naar. Ze wist nog hoe warm die dag was geweest. Ze wist nog wat Daan net had gezegd, vlak voordat iemand de foto nam: Als ik ooit iets vind wat niemand gelooft, kom je dan kijken? Ze had gelachen en gezegd dat hij altijd iets vond.

"Dat ben jij," fluisterde Femke.

"Dat was ik." Mara legde de foto terug. Ze moest even slikken. "Hij heeft hem bewaard."

"Hij zei nooit dat hij iemand kende die hierheen zou komen."

"Misschien wist hij dat zelf niet."

Ze deed de la dicht. Er klonk een zacht, hol geluid, alsof er achter het hout nog een tweede bodem zat. Mara bleef staan met haar hand op de la. Ze trok hem weer open en tikte met haar knokkels op de bodem. Het klonk anders dan in de eerste twee laden.

"Wat is er?" vroeg Femke.

"Niets. Het hout is oud." Mara schoof de la dicht. Ze besloot er later nog eens in te kijken, alleen. Niet omdat ze Femke niet vertrouwde. Maar omdat een nieuwe ingenieur die op de eerste dag het bureau van een dode man openbreekt, geen goede indruk maakt.

Ze nam een foto van het notitieboekje met haar tablet. Daarna sloeg ze het open. De eerste bladzijden waren vol getallen en tekeningen van buizen. Op de laatste volle bladzijde stond met rode inkt één regel, drie keer onderstreept: Het is niet de put. Het is wat erin zit.

"Dat snap ik niet," zei Femke, die over haar schouder meekeek.

"Ik ook niet." Mara sloot het boekje. "Nog niet."

* * *

De kombuis was een lange, lage ruimte met een grote tafel in het midden. Boven de tafel hing een rij lampjes, warm geel, als in een oud café. Aan de muur hing een tekening van een kind: een huis met een schoorsteen en een grote zon. Iemand had er met stift onder geschreven: K7, thuis.

Sander zat aan het hoofd van de tafel met een bord voor zich. Hij keek op toen ze binnenkwamen en knikte naar twee lege stoelen.

"Ga zitten. Eten staat klaar."

Mara ging naast Femke zitten. Naast haar zat Tomas, die haar met een brede grijns een mandje brood aanreikte. "Ik heb de korst voor je bewaard. Dat is het beste stuk."

"Je hebt hem zelf afgebroken," zei Femke.

"Ik heb hem bewaard door hem af te breken. Dat is een andere vorm van bewaren."

Mara lachte. Het voelde goed om te lachen, en ze zag dat Sander even meelachte, kort en kalm. De warmte van de kombuis, de geur van gebraden vlees en kruiden, het gekletter van bestek. Het was bijna thuis.

"Hoe was de reis?" vroeg Tomas.

"Lang. Ik heb zesentwintig dagen naar een plafond gekeken."

"Dat is erg. Wij hebben een regel: wie nieuw is, mag de eerste avond kiezen waar hij over praat. Niet over werk. Over iets anders."

"Hij bedoelt jou," zei Femke tegen Mara. "Je mag kiezen."

"Ik bedoel inderdaad jou." Tomas hief zijn hand. "Wat wil je weten, Mara? Of wat wil je vertellen?"

Mara dacht even na. Ze keek naar de tafel, naar de borden, naar de tekening aan de muur.

"Ik wil vertellen waarom ik hier ben," zei ze. "Mijn moeder woonde op een boerderij in Zuidwolde. Mijn vader werd ziek en ze moesten verkopen. Nu woont ze in een flat. Ik wil het huis terugkopen. Dat is mijn reden. Ik werk achttien maanden, ik krijg een bonus, en dan koop ik het terug."

Het werd even stil. Femke keek haar met grote ogen aan. Tomas zette zijn vork neer.

"Dat is een goede reden," zei Sander. Zijn stem was zacht. "De beste die ik gehoord heb, sinds ik hier ben."

"Wat is jouw reden?"

De vraag was eruit voordat ze het wist. Ze zag dat Femke haar adem inhield. Tomas keek naar zijn bord.

Sander legde zijn vork neer. Hij keek Mara aan, lang en rustig. "Ik had een vrouw," zei hij. "Ze werkte hier eerder. Ze is gestorven, drie jaar geleden. Ik wilde in de buurt zijn. Dat is mijn reden."

"Het spijt me," zei Mara.

"Dank je." Hij pakte zijn vork weer op. "Eet. Het wordt koud."

Het gesprek ging verder, losser nu. Tomas vertelde over een keer dat hij met de shuttle in een stofstorm was beland, en dat Lotte hem had gered door de ramen te sluiten terwijl hij nog naar buiten keek. Femke vertelde over haar basilicum, en over een plan om tomaten te kweken in de gang. Mara at haar gehaktbal. Hij was echt de beste die ze ooit gegeten had.

Maar ze merkte iets. Elke keer als de naam van de overleden Daan in een zin dreigde te komen, boog het gesprek af. Het was subtiel, bijna onzichtbaar. Tomas dook weg achter een grap. Femke kreeg een hoestbui. Sander kauwde en keek naar het plafond.

Ze besloot het te laten rusten.

Na het eten hielp ze met afruimen. In de kleine pantry, waar de borden in een afwasmachine gingen, kwam Sander naast haar staan met een stapel schalen.

"Het spijt me van daarnet," zei hij. "Ik had je niet zo mogen laten schrikken. Over Annelies."

"Zo heette ze?"

"Ja." Hij zette de schalen neer. "Annelies. Ze was arts."

"Zoals Ilse."

"Een beetje." Hij glimlachte, maar het was een vermoeide glimlach. "Ze was warmer. Ilse zou dat ook zeggen."

Mara pakte een bord uit zijn handen en stopte het in de machine. Hun vingers raakten elkaar even. Zijn hand was warm. Ze trok de hare niet terug, en hij evenmin. Het duurde een tel te lang.

"Ik zal je niet lastigvallen," zei ze. "Over haar, bedoel ik."

"Dat weet ik." Hij keek haar aan. "Ik denk niet dat je dat zou doen."

Er hing iets in de lucht tussen hen. Mara wist niet wat het was. Ze voelde het in haar maag, een kleine, scherpe warmte, als de eerste slok van iets sterks. Ze draaide zich af naar de afwasmachine.

"Ik ga morgen beginnen met de pomp," zei ze.

"Goed." Hij liep naar de deur. Daar bleef hij staan. "Mara."

"Ja?"

"Als je ooit iets vreemds ziet. Of hoort. Zeg het mij. Niet aan Helix, niet aan de anderen. Aan mij."

"Wat zou ik moeten horen?"

Hij schudde langzaam zijn hoofd. "Misschien niets. Maar zeg het."

Hij ging weg. Mara bleef alleen achter in de pantry, met een stapel borden en een hart dat te snel sloeg. Ze droogde haar handen af en keek naar het plafond.

"Lotte?"

"Ja, Mara."

"Wat bedoelde hij?"

Het werd stil. Nu duurde het twee seconden.

"Ik weet het niet," zei Lotte. "Maar ik zou naar hem luisteren."

Alle hoofdstukken
  1. 1 Aankomst
  2. 2 Rondleiding
  3. 3 Het gat in de logs
  4. 4 De waterpomp
  5. 5 Elias Vos
  6. 6 Basis Beneden
  7. 7 Vier uur twaalf
  8. 8 De handtekening
  9. 9 Het luistert
  10. 10 De antenne
  11. 11 De tape
  12. 12 De deur die openging
  13. 13 Het oude dossier
  14. 14 Levende cellen
  15. 15 Haar naam
  16. 16 De gesloten gang
  17. 17 Koffie voor twee
  18. 18 Wat Lotte vergat
  19. 19 De tuin zonder gewicht
  20. 20 Nachtveer
  21. 21 Het lab van Ilse
  22. 22 Lotte kiest
  23. 23 Pavel in de put
  24. 24 Een zieke commandant
  25. 25 Wat Daan wist
  26. 26 De handtekening
  27. 27 Bij het ijs
  28. 28 Wat je vasthoudt
  29. 29 De evacuatie
  30. 30 Het antwoord van de aarde
  31. 31 De Ring valt stil
  32. 32 Wat Elias wist
  33. 33 Wortel
  34. 34 De stem uit de muur
  35. 35 De vertaler
  36. 36 De Zeeslang
  37. 37 De holte
  38. 38 Annelies
  39. 39 Het antwoord
  40. 40 Wortel in het licht