Echo van Kallisto

Hoofdstuk 4 van 40

Alleen voor volwassenen

Dit boek is voor mensen van 18 jaar en ouder.

Terug

Echo van Kallisto · hoofdstuk 4 van 40

4. De waterpomp

De pomp lag in zeventien delen op de werkbank. Mara had ze in drie uur tijd nagelopen, een voor een, met een bril op haar neus en een lamp in haar hand.

"En?" vroeg Femke, die al een uur op een kruk naast haar zat en haar best deed niet te praten.

"De waaier is beschadigd." Mara hield een ronde metalen schijf omhoog. Aan de rand zaten kleine putjes, als de afdrukken van minuscule tanden. "Dit is geen slijtage. Slijtage ziet er gelijkmatig uit. Dit lijkt op trillingsschade. Iets heeft de pomp laten trillen op een frequentie die hij niet aankan."

"Welke frequentie?"

"Dat moet ik nog meten." Mara legde de waaier neer en wreef over haar ogen. "Weet je wat gek is? Het is hetzelfde patroon als in de leidingen. Ik heb gisteren de rapporten van de leidingen gezien. Overal waar het water langs de achterwand loopt, zitten dezelfde putjes."

"Aan de achterkant? Naar de kant van Callisto?"

"Ja." Mara keek haar aan. "Hoe weet je dat?"

"Omdat Daan het ook zei." Femke zakte iets door haar schouders. "Hij zei dat de leidingen 'klonken' aan de kant van de maan."

"En niemand heeft dat serieus genomen?"

"Ze zeiden dat hij te veel werkte."

"Ik werk ook te veel," zei Mara droog. "Maar daarom heb ik nog geen gelijk. Ik ga het meten."

Ze stond op en pakte een lange, dunne sensor uit de kast. Hij leek op een stethoscoop met een draad eraan. Femke keek met open mond toe hoe Mara hem tegen de pomp drukte en de draad aan haar tablet klikte.

"Wat doet dat ding?"

"Het luistert. Net als Daan." Mara zette de tablet rechtop. Er verscheen een groene lijn die langzaam op en neer ging. "Nu hoor ik niets. De pomp staat uit. Maar als ik hem aanzet in het circuit, kunnen we zien wat er door de leidingen komt."

De deur van de werkplaats ging open. Er kwam een brede man binnen, met een grijze baard en armen zo dik als dijen. Hij droeg een schort over zijn overall, bedekt met meel. In zijn handen hield hij een groot bord met iets onder een doek.

"Wie hier de nieuwe is?" vroeg hij. Zijn stem was diep en ruw, met een zwaar Oost-Europees accent.

"Dat ben ik," zei Mara. "Mara Veldkamp."

"Pavel Novak." Hij zette het bord op een lege plek van de bank en stak een grote, ruwe hand uit. "Boorleider. En bakker, als niemand kijkt. Ik heb brood. Vers. Je eet."

"Ik heb nog niet ontbeten."

"Dat is omdat je werkt. Je werkt te veel. Iedereen die hier nieuw komt, werkt te veel." Hij tilde de doek op. Daaronder lagen vier dikke, bruine broodjes, nog warm. Er steeg een geur van gist en honing uit op.

Mara nam er een. De korst kraakte. Het brood was zacht en iets zoet, het lekkerste wat ze in weken had gegeten. Ze kreunde zacht van genot.

"Zie je?" Pavel grijnsde. "Ik zeg het altijd. Ik moet bakker zijn, geen boorleider."

"Je bent allebei goed."

"Alleen de eerste." Hij werd serieus. Zijn grote ogen gleden langs de onderdelen op de bank. "Daan werkte hier ook aan. Aan de pomp. Hij zei dat het niet de pomp was."

"Wat zei hij dan dat het was?"

"Dat het water 'iets meedroeg'." Pavel haalde zijn schouders op. "Ik ben boorleider. Ik snap alleen boren. Maar ik hoor ook dingen, soms. Als ik 's nachts beneden ben."

"Jij bent ook beneden geweest? Op Basis Beneden?"

"Ik ben bijna altijd beneden. Ik kom alleen boven om te eten en naar jullie gezichten te kijken." Hij lachte hol. Toen werd zijn gezicht weer vlak. "Wees voorzichtig met de put, Mara. Boorput Drie is mijn kindje. Maar ik slaap er slecht bij."

"Waarom?"

"Omdat ik het niet snap. Ik snap boren. Dat snap ik niet."

Hij zei het snel en kort, alsof hij er genoeg van had. Hij nam een broodje voor zichzelf, brak het doormidden en stopte een stuk in zijn mond. Daarna draaide hij zich om en verliet de werkplaats, met zijn grote schouders vooruit.

"Hij is aardig," zei Femke zacht. "Alleen niet als je naar de put vraagt."

"Dat heb ik gemerkt."

* * *

Rond de middag zetten ze de pomp terug in elkaar met een nieuwe waaier uit de voorraad. Mara bevestigde de sensor aan de uitlaatpijp en liet Femke de klep openzetten.

Het water begon te stromen. De pomp zoemde zacht en gelijkmatig. Op het scherm trok de groene lijn rustig en vlak.

"Het werkt," zei Femke opgelucht.

"Wacht." Mara hield haar hand omhoog. "Zeg niets. Luister."

Ze stonden stil. In de werkplaats hoorde ze alleen het zachte gebrom van machines. En toen, onder dat gebrom, heel zwak: een lage toon. Hij kwam niet uit de pomp. Hij kwam uit de buis die naar het tweede circuit liep, achter de muur.

Op het scherm sprong de lijn op. Er verschenen kleine golven, regelmatig, als een hartslag.

"Wat is dat?" fluisterde Femke.

"Een frequentie." Mara draaide de tablet. "Tweehonderdtwaalf hertz. Ergens tussen de G en de A."

"Dat is een toon."

"Ja." Mara pakte de stethoscoop van de muur, de lange. Ze drukte hem tegen de buis. Ze sloot haar ogen. In haar oren kwam een diepe, warme trilling, vlak bij haar schedel. Het voelde alsof iemand zacht in haar oor zong zonder woorden.

Dan hield het op.

Ze opende haar ogen. Femke stond bleek tegen de kast, met haar tablet tegen haar borst.

"Het is weg," zei Femke.

"Ja." Mara hing de stethoscoop terug. Haar hand trilde. Ze verborg hem achter haar rug. "Het kwam van buiten. Van de maanzijde. Het is niet de pomp. Het is iets in het water."

"Daan zei hetzelfde."

"Ik begin hem te geloven." Mara draaide zich om. "Femke, ik wil dat je me iets belooft."

"Alles."

"Zeg dit voorlopig niet tegen Elias Vos."

Femke keek verward. "Waarom niet? Hij is verbindingsofficier. Hij moet alles weten."

"Misschien. Maar ik wil eerst zeker zijn. Wil je het voor me doen?"

Femke aarzelde. Toen knikte ze, langzaam. "Oké. Maar ik snap het niet."

"Ik ook niet," zei Mara. "En daarom wil ik het eerst begrijpen."

* * *

Aan het eind van de middag zat Mara in haar hut, met de deur dicht en de tablet op haar knieën. Ze drukte op de knop voor een bericht naar de aarde.

Het scherm toonde de vertraging: drieënveertig minuten heen, drieënveertig minuten terug. Een gesprek was onmogelijk. Je kon alleen brieven sturen, die als lichtstralen door de leegte reisden naar iemand die ze pas na een uur las.

"Dag mam," zei ze in de camera. Ze probeerde te glimlachen. Het lukte half. "Ik ben er. Het station is groot, veel groter dan op de foto's. De mensen zijn aardig. Er is een Spaanse piloot die de hele dag grapjes maakt, en een kok uit Praag, of uit Brno, ik weet het niet meer, die het beste brood van het zonnestelsel bakt. Ik wou dat je het kon proeven."

Ze zweeg. Ze keek naar haar eigen gezicht in het kleine venster van het scherm. Ze zag vermoeide ogen en een rechte, koppige mond.

"Hoe gaat het met je knie? Gaat Rutger nog steeds elke dinsdag langs? Zeg hem dat hij niet te veel moet meebrengen. Je hebt geen ruimte meer voor zijn taarten." Ze lachte zacht. "Ik denk aan je. Elke dag. Ik werk hard, mam. Ik doe het voor het huis. Over achttien maanden zit je weer op de bank bij het raam, met uitzicht op de weilanden. Dat beloof ik."

Ze drukte op verzenden. Het bericht verdween. Ergens in de zwarte ruimte vloog nu een lichtstraal met haar gezicht erin, achthonderd miljoen kilometer ver, naar een flat in Meppel.

Mara bleef nog even zitten. Ze voelde de leegte van de afstand, scherp en koud. Daarna legde ze de tablet weg en dacht aan de toon in de pomp, aan de put beneden, aan Pavels woorden. Ik slaap er slecht bij.

Er was iets in dit station dat niet in een rapport stond. En zij was gekomen om het te repareren.

* * *

Die avond, toen de werkplaats leeg was en Femke naar de kombuis was gegaan, bleef Mara alleen achter. Ze deed het licht uit, op de lamp boven Daans bureau na. Het was stil. Alleen de koelleiding tikte.

Ze ging op zijn stoel zitten. De stoel was iets te laag voor haar. Daan was langer geweest. Ze draaide hem een beetje en trok de derde la open.

Daarna tikte ze op de bodem, en nog eens, en luisterde.

Hol. Zeker weten.

Ze nam een dun schroevendraaiertje uit het vak en wrikte aan de rand van de bodemplaat. Het hout kraakte. Er kwam een stukje los. Daaronder zat een ondiepe ruimte, niet breder dan twee vingers. Erin lag een klein zwart voorwerp: een datachip in een plastic hoesje. Op het hoesje zat een gele sticker met één letter: M.

Haar hart sloeg over.

Mara nam de chip in haar hand. Hij was licht, koud, bijna niets. Ze draaide hem om. Op de achterkant, met haarfijne pen, stond een regel:

Weet je nog wat ik zei op de dijk?

Ze sloot haar ogen. Haar keel voelde dicht. Ze wist wat hij had gezegd. Ze wist het precies. Maar ze wist ook dat ze niet naïef kon zijn: als dit een wachtwoord was, wist niemand anders het. Dan was het veilig, voor nu.

"Lotte," zei ze zacht. "Kun je iets voor me doen?"

"Ja."

"Als ik een chip in een lezer stop, kun jij dan zien wat erop staat?"

Het bleef even stil. "Ik kan het zien, Mara. Maar ik zal het niet doen."

"Waarom niet?"

"Omdat het voor jou bedoeld is. En omdat ik dingen vergeet." Lottes stem was zacht. "Ik zou liever niet degene zijn die iets verkeerds onthoudt."

Mara glimlachte, ondanks alles. "Dank je. Je bent een goede computer."

"Ik probeer het."

Ze deed de chip in een zakje van haar overall, vlak tegen haar borst. Ze schoof de bodem terug en sloot de la. Daarna deed ze de lamp uit en liep naar de deur.

Toen ze bij de deur kwam, stond er iemand in de gang.

Sander stond tegen de wand, met zijn armen over elkaar. Hij droeg dezelfde overall als gisteren, maar nu goed dicht. Hij keek haar aan alsof hij al lang daar stond.

"Ik zocht je," zei hij. "Femke zei dat je hier zat."

"Ik was klaar." Ze trok de deur achter zich dicht. "Is er iets?"

"Ik wilde je iets vragen." Hij aarzelde. "Heb je de pomp gerepareerd?"

"Ja."

"En heb je iets gehoord?"

Mara keek hem aan. Ze zag zijn ogen, rustig en vragend. Ze zag de lijn in zijn kaak. Ze dacht aan de chip tegen haar borst en aan de voorzichtigheid die ze had beloofd.

"Ja," zei ze. "Tweehonderdtwaalf hertz. Uit de leiding, aan de maanzijde. Het is niet de pomp."

Hij sloot zijn ogen. Het was een korte beweging, bijna opluchting. "Dank je," zei hij.

"Waarom dank je me?"

"Omdat je het zegt. Iedereen die het hoort, houdt het voor zich."

"Wie heeft het gehoord?"

"Pavel. Femke. Ik. Ilse, denk ik." Hij opende zijn ogen. "Alleen Daan sprak erover. En die is dood."

Mara voelde de chip tegen haar borst branden. Ze wilde het zeggen. Ze wilde het zo graag zeggen dat het pijn deed. Maar ze deed het niet. Nog niet.

"Ik ga erachter komen wat het is," zei ze in plaats daarvan.

"Dat weet ik." Hij stapte van de muur af. "En ik help je. Als je wilt."

"Ik wil."

Zijn mond trok in een kleine glimlach. "Morgen komt Elias terug. Hij zal vragen stellen. Over de pomp, over de leidingen, over wat je doet. Zeg hem alleen wat nodig is."

"Dat was ik van plan."

"Goed." Hij stond een moment stil, vlak bij haar, zo dichtbij dat ze zijn warmte voelde. "Mara, er is nog iets."

"Wat?"

"Gisteravond." Hij zocht naar woorden. "In de kombuis. Het was niet iets wat ik normaal doe. Praten zoals ik toen praatte."

"Ik weet het."

"Ik wil dat je weet dat het niet... dat ik het niet spijtig vond."

Haar hart bonsde. "Ik ook niet."

Ze stonden in de gedimde gang, een meter van elkaar. Geen van beiden bewoog. Boven hen tikte de koelleiding, regelmatig, als een klok die de seconden telde.

"Welterusten," zei hij.

"Welterusten."

Hij liep weg, langs de bocht van de Ring, en verdween achter de hoek. Mara bleef staan tot zijn voetstappen waren weggestorven.

Daarna voelde ze met haar vingers naar de chip. Hij zat nog op zijn plek, klein en koud. Ze legde haar hand erover, alsof hij een hart was.

Ze wist wat Daan op de dijk had gezegd. Ze zou het gebruiken. Maar niet vannacht.

Vannacht wilde ze alleen maar nadenken over een man in een gang, en over wat hij bijna had gezegd.

Alle hoofdstukken
  1. 1 Aankomst
  2. 2 Rondleiding
  3. 3 Het gat in de logs
  4. 4 De waterpomp
  5. 5 Elias Vos
  6. 6 Basis Beneden
  7. 7 Vier uur twaalf
  8. 8 De handtekening
  9. 9 Het luistert
  10. 10 De antenne
  11. 11 De tape
  12. 12 De deur die openging
  13. 13 Het oude dossier
  14. 14 Levende cellen
  15. 15 Haar naam
  16. 16 De gesloten gang
  17. 17 Koffie voor twee
  18. 18 Wat Lotte vergat
  19. 19 De tuin zonder gewicht
  20. 20 Nachtveer
  21. 21 Het lab van Ilse
  22. 22 Lotte kiest
  23. 23 Pavel in de put
  24. 24 Een zieke commandant
  25. 25 Wat Daan wist
  26. 26 De handtekening
  27. 27 Bij het ijs
  28. 28 Wat je vasthoudt
  29. 29 De evacuatie
  30. 30 Het antwoord van de aarde
  31. 31 De Ring valt stil
  32. 32 Wat Elias wist
  33. 33 Wortel
  34. 34 De stem uit de muur
  35. 35 De vertaler
  36. 36 De Zeeslang
  37. 37 De holte
  38. 38 Annelies
  39. 39 Het antwoord
  40. 40 Wortel in het licht