Echo van Kallisto

Hoofdstuk 13 van 40

Alleen voor volwassenen

Dit boek is voor mensen van 18 jaar en ouder.

Terug

Echo van Kallisto · hoofdstuk 13 van 40

13. Het oude dossier

Mara werd wakker in een vreemd bed, met een vreemde arm over haar middel, en wist heel even niet waar ze was.

Daarna kwam alles terug. Het bruine licht door het raam. De geur van zeep en huid. De warme, rustige ademhaling in haar nek. Ze lag stil en liet het binnenkomen, langzaam, als een deken die over haar heen werd getrokken.

Ze had nog nooit zo goed geslapen.

"Je bent wakker," zei Sander in haar haar. Zijn stem klonk rauw van de slaap.

"Hoe weet je dat?"

"Je ademhaling verandert." Zijn arm trok haar dichter tegen zich aan. "Ik heb er een uur naar geluisterd."

"Je hebt niet geslapen."

"Een beetje. Af en toe." Ze voelde zijn glimlach tegen haar schouder. "Ik wilde zeker weten dat je er nog was."

Ze draaide zich om. Zijn gezicht was vlak bij het hare, zacht van de slaap, met een rode afdruk van het kussen op zijn wang. Zijn haar stond alle kanten op. Hij zag er jonger uit dan de commandant die ze in de gang had ontmoet, en kwetsbaarder, en ze vond hem nog mooier.

"Goedemorgen," zei ze.

"Goedemorgen." Hij kuste haar neus. "Hoe voel je je?"

"Als iemand die vergeten is wat haast is."

"Dat is een goed gevoel."

"Het is het beste gevoel." Ze streek over zijn wang. "Sander. Dank je."

"Waarvoor?"

"Voor gisteravond. Voor dat je zo voorzichtig was."

"Je hoeft me niet te bedanken." Hij pakte haar hand en kuste de vingertoppen. "Ik heb er evenveel aan gehad als jij."

"Dat weet ik. Maar ik zeg het toch."

Hij glimlachte. Het was een brede, open glimlach die zijn hele gezicht veranderde, en ze dacht dat ze er nooit genoeg van zou krijgen.

De klok boven de deur sprong naar zeven uur. Er klonk een zacht tikje op de deur, en daarna Lotte, voorzichtig: "Goedemorgen. Het spijt me dat ik stoor. Ik mag mijn camera's weer aan?"

"Je mag alles weer aan," zei Sander.

"Dank je. Ik wil melden dat er een bericht is van Helix Orbitaal. Het is dringend. Het is voor jou, Sander. En voor kantoor B ook."

Sander zuchtte. "Ik kom."

"En Mara," zei Lotte. "Femke zoekt je. Ze maakt zich zorgen. Ze heeft je niet in je hut gevonden."

"Ik ga naar haar toe."

"Ik zal zeggen dat je veilig bent," zei Lotte, en ze klonk bijna giechelig. "Zonder details."

Mara bedekte haar gezicht met haar handen. Sander lachte, een korte, diepe lach, die ze in haar eigen borst voelde.

* * *

Het ontbijt was die ochtend luider dan normaal.

Mara kwam als laatste de kombuis in. Ze had zich in haar eigen hut verkleed, met snelle handen, en haar haar in een knoop gedraaid. Ze had zich voorgenomen om rustig te lopen, alsof er niets was gebeurd.

Dat plan mislukte meteen.

"Daar is ze!" riep Tomas. Hij zat aan de lange tafel, met een mand brood voor zich, en sprong bijna op. "Onze heldin van de antenne! Kom zitten! Ik heb een stoel voor je vrijgehouden. Naast die van de commandant, toevallig."

"Tomas," zei Sander. Hij zat al aan het hoofd van de tafel, met een kop koffie. Zijn gezicht was volkomen strak.

"Ik zeg niets. Ik ben stil als het graf." Tomas hield zijn handen omhoog. "Ik merk alleen op dat de commandant vanochtend opmerkelijk goed gehumeurd is. Hij heeft zelfs gegroet. Aan de gang. Tegen een muur."

"Dat was een goede muur," zei Sander.

Femke giechelde. Pavel, die achter het fornuis stond, bromde iets onverstaanbaars en draaide zich om, zodat niemand zijn gezicht kon zien. Zijn schouders trilden.

Mara ging zitten. Ze voelde haar wangen gloeien. "Het was een vermoeiende nacht," zei ze waardig.

"Dat zal wel," zei Tomas. "Zeker na zo'n dag."

"Tomas, eet je brood."

"Ja, commandant."

Pavel zette een bord met roerei voor Mara neer. Hij legde zijn grote hand even op haar schouder, een zwaar, warm gebaar, en zei zacht: "Goed zo." Meer niet. Ze keek naar hem op en zag dat zijn ogen vochtig waren.

"Dank je, Pavel."

"Eet. Je bent te mager."

Ze at. Het roerei was zacht en rijk, met verse kruiden. Het brood was nog warm. De koffie, die Tomas niet had gezet, was donker en sterk. Naast haar zat Sander, een stukje te dichtbij, zijn knie net tegen de hare onder de tafel. Ze verplaatste hem niet.

"Mara," zei Femke, die tegenover haar zat en haar sproetige gezicht met moeite in de plooi hield. "Ik heb iets te vertellen."

"Wat dan?"

"Ik heb vannacht de logs nagelopen. Zoals je zei." Ze keek om zich heen en zei zachter: "Maar dat vertel ik straks."

"Goed."

"Is er koffie voor mij?" vroeg Ilse. Ze stond in de deuropening, in haar witte jas, met haar bril op het koordje. Ze keek over de tafel. Even bleef haar blik op Mara rusten, daarna op Sander. Er gleed een heel kleine glimlach over haar mond.

"Natuurlijk," zei Pavel.

"Dank je." Ze ging zitten, naast Tomas, en pakte een broodje. "Mara. Hoe voel je je?"

"Goed, dank je."

"Mooi." Ilse beet in haar brood. "Blijf het volhouden."

Het bleef even stil. Toen begon Tomas een verhaal te vertellen over een keer dat Lotte hem had uitgelachen toen hij de verkeerde sluis had gekozen. Femke lachte. Pavel mopperde. Het gesprek stroomde weer, warm en gewoon, als een rivier die zijn bedding weer heeft gevonden.

Mara keek naar de gezichten rond de tafel. Ze zag Ilse, die even niet keek, en haar blik die langzaam naar het raam gleed. Ze zag Tomas, die lachte en tegelijk, alleen in zijn ogen, bezorgd was. Ze zag Femke, die over haar mok heen naar haar knipoogde.

Ze zag, ineens, dat dit een gezin was. Een vreemd, klein, wankel gezin, midden in de leegte. En dat ze er onderdeel van was.

Er ontbrak er één.

* * *

"Het bericht van Helix," zei Sander. Het was een uur later, in kantoor B. De glazen deur stond open. Op het scherm aan de muur draaide het blauwe logo.

Mara stond naast hem. Voor hen zat Elias Vos achter zijn bureau, de armen over elkaar. Zijn gezicht was bleek en rustig. Hij had zich geschoren en zijn bril gepoetst. Hij zag eruit alsof hij nooit een nacht in zijn kamer had gezeten.

"Ik heb het bericht niet zelf geschreven," zei Elias. "Ik heb alleen mijn rapport doorgestuurd, zoals het protocol voorschrijft. Helix heeft het besluit genomen."

"Wat staat erin?"

Elias draaide het scherm. De tekst verscheen in groene letters.

Aan: Commandant S. Wolters, K7. Van: Helix Orbitaal, Operationele Directie. Betreft: Incident 17 maart. Op basis van het rapport van de verbindingsofficier wordt bepaald dat het gebruik van de zakmotoren zonder toestemming een schending van de veiligheidsvoorschriften is. De commandant wordt verzocht onmiddellijk de beperking van de verbindingsofficier op te heffen. Een onderzoek wordt ingesteld door Helix. Tot nader order blijft de verbindingsofficier de enige bevoegde persoon voor externe communicatie. Eventuele verdere beperking van zijn bewegingsvrijheid wordt beschouwd als ernstig overtreding van contractuele plichten.

Sander las het twee keer. Zijn kaak spande zich.

"Zakmotoren zonder toestemming," zei hij.

"Dat is wat ik rapporteerde." Elias glimlachte. "Dat ik u zag vertrekken zonder toestemming van de verbindingsofficier. Dat dat een inbreuk was."

"Ik heb een vrouw uit de ruimte gehaald."

"Dat is begrijpelijk. Maar het is niet de procedure." Elias schoof zijn bril recht. "Ik begrijp dat u emotioneel was. Dat ligt in uw karakter. Maar u hebt de regels geschonden, en Helix is niet blij."

"Ze zijn niet blij dat ik een van hun medewerkers gered heb."

"Ze zijn niet blij dat de commandant van K7 een verbindingsofficier opsluit."

Mara voelde de woede in haar borst opstijgen, warm en scherp. Ze deed een stap naar voren. "Elias. Mijn veiligheidslijn was doorgesneden."

"Dat is een zware beschuldiging."

"Het is een feit."

"Het is een bewering." Hij keek haar kalm aan. "Een snijvlak bewijst niets. Het kan door een scherpe rand komen. Door een micrometeoriet. Door onoplettendheid."

"Door een mes."

"Door ieder voorwerp." Hij glimlachte. "Ik raad u aan, mevrouw Veldkamp, om dit niet verder te trekken. Het rapport staat. Helix is tevreden."

"En de motor? Die was leeg. Sander heeft hem zelf gecontroleerd."

"Dan heeft hij zich vergist."

"Ik heb me niet vergist," zei Sander. Zijn stem was ijskoud. "Ik heb hem gevuld. Hij was vol. Iemand heeft hem leeggemaakt."

"Dat is dan een tweede bewering." Elias stond op. Hij liep om zijn bureau heen en bleef staan, een stap van Sander vandaan. "Commandant Wolters. Ik zeg dit als collega. Ik zeg het ook als iemand die wil dat deze missie slaagt. Dit station staat onder druk. Mensen zijn moe. Mensen horen dingen. Het is verstandig om niet de verkeerde conclusies te trekken."

"Wat zijn de juiste conclusies?"

"Dat er een ongeluk is gebeurd. En dat het afloopt." Hij hield zijn hoofd schuin. "Ik zal u geen belemmeringen in de weg leggen als u rustig blijft."

"En als ik niet rustig blijf?"

"Dan zal ik moeten rapporteren dat u niet in staat bent het bevel te voeren."

Het bleef stil. Mara hoorde de koelleiding tikken. Ze zag Sanders vuist langzaam sluiten en weer openen. Ze legde haar hand op zijn onderarm.

"Laat het," fluisterde ze.

Sander ademde uit. "Goed, Elias," zei hij. "Ik zal je niet meer opsluiten."

"Dank u."

"Maar als er nog iets gebeurt met mijn crew..."

"Dan hoor ik het als eerste."

Elias glimlachte. Hij liep terug naar zijn bureau en ging zitten. "Prettige dag, commandant. Mevrouw Veldkamp."

Ze liepen de gang op. Pas toen de glazen deur achter hen was dichtgevallen, liet Sander zijn schouders zakken.

"Hij dreigt me," zei hij.

"Ja."

"En hij heeft gelijk. Als hij rapporteert dat ik onbekwaam ben, kan Helix mij vervangen. Ze sturen dan iemand die doet wat zij willen."

"Dan moeten we sneller zijn dan hij."

"Dat is een goed plan." Hij keek haar aan. Ze zag de vermoeidheid terugkomen in zijn ogen. "Maar ik heb ook iets voor je. Ik wilde het je laten zien na het ontbijt, maar het kwam niet uit."

"Wat?"

"Het dossier van het eerste team."

* * *

Ze zaten in zijn hut, op de rand van het bed. Op zijn schoot lag een dunne, versleten map van zwart karton. Hij hield hem met beide handen vast.

"Dit heb ik drie jaar bewaard," zei hij. "Helix heeft het officiële rapport. Maar dit is wat Annelies zelf deed. Ze schreef medische aantekeningen in een notitieboek. Ik kreeg het van haar zus. Ze had het meegekregen uit haar spullen, toen het station werd leeggehaald."

"Heb je het gelezen?"

"Honderd keer." Hij gaf het aan haar. "Lees maar. De laatste pagina's."

Mara sloeg het boek open. Het handschrift was klein en rond en haastig. Er stonden tabellen in en tekeningen van handen, voeten, gezichten. Ze bladerde naar achteren, tot de laatste volle bladzijde.

Dag 211. Rania heeft vorst aan beide voeten, derde graad, na de val in Put Een. Ik wil amputeren. Ze weigert. Ze zegt dat de put het genezen heeft. Ik heb haar voeten gezien. Ze zijn gezond.

Dag 212. Ik begrijp het niet. Ik heb de wond zelf gezien, gisteren. Het weefsel is nieuw. Het is niet normaal genezen. Het is... opgebouwd. Gelijkmatig. Als een restauratie.

Dag 213. Jelle zegt dat hij het heeft horen zingen. Ik geloofde hem niet. Daarna heb ik het zelf gehoord. Het zingt een toon. Ik ken hem. Ik heb hem zelf gezongen, toen ik als kind in de kerk stond. Het is mijn toon. Hoe kan dat?

Dag 214. Het kent ons. Het heeft alles wat we zeggen. Het herhaalt. Maar het herhaalt ook ons zelf. Wat we voelen. Niet alleen de woorden. Ik denk dat het in de put een huis voor ons heeft gebouwd.

Dag 215. Sander, als je dit leest: ik ben niet bang. Ik ga naar beneden. Ik moet weten wat het is. Het is niet kwaadaardig. Het wil dat wij blijven. Maar ik weet niet of ik terugkom. Zoek me niet. Maar luister.

Mara las de laatste regel twee keer. Haar ogen brandden.

"Ze wist het," zei ze zacht.

"Ze wist dat ze misschien niet terugkwam." Sanders stem was vlak. "Dat staat er al drie jaar. Ik kan het nog steeds niet lezen zonder iets stuk te willen slaan."

"Maar ze schreef ook: het is niet kwaadaardig."

"Ja."

"Het heeft Rania's voeten genezen."

"Dat staat er."

"Sander." Mara draaide zich naar hem toe. "Wat als ze niet in de put gestorven zijn? Wat als de Echo ze heeft... meegenomen?"

"Meegenomen waarnaar toe?"

"Dat weet ik niet." Ze legde het boek tussen hen in. "Maar Daan zei op zijn chip dat hij dacht dat de Echo ze bewaart. Dat het hen zingt."

"Dat is een mooie gedachte." Hij zuchtte. "En een gevaarlijke."

"Waarom gevaarlijk?"

"Omdat ik het wil geloven." Hij keek haar aan. Zijn ogen waren zacht en ontzettend moe. "En omdat dit nu al drie jaar duurt. Als er een kans is dat ze leeft, dan ben ik drie jaar te laat."

"Je bent niet te laat." Mara pakte zijn hand. "Je bent precies op tijd. Omdat jij hier bent. Omdat je iemand hebt gevonden die luistert."

Hij keek naar haar hand in de zijne. Hij kneep erin.

"Ik hou van je," zei hij zacht.

Ze verstijfde. Hij had het zo zacht gezegd dat ze het bijna miste. Maar het was er, in de stille kamer, als een kleine, heldere klok.

"Dat is snel," zei ze.

"Ja. Dat weet ik." Hij glimlachte, onhandig en echt. "Je hoeft niets terug te zeggen. Ik wilde alleen dat je het wist."

Mara sloot haar ogen. Ze voelde haar hart op een manier dat ze niet gewend was: rustig en vol, als een kom die langzaam volloopt. Ze zei het niet terug. Nog niet. Ze legde haar hoofd tegen zijn schouder, en hij legde zijn kin op haar haar.

Op de wand boven het bureau stond de foto van Annelies, rechtop in zijn lijstje. Het was een gewone foto, maar Mara had het gevoel dat de vrouw erop een heel klein beetje glimlachte, alsof ze het wist.

Alle hoofdstukken
  1. 1 Aankomst
  2. 2 Rondleiding
  3. 3 Het gat in de logs
  4. 4 De waterpomp
  5. 5 Elias Vos
  6. 6 Basis Beneden
  7. 7 Vier uur twaalf
  8. 8 De handtekening
  9. 9 Het luistert
  10. 10 De antenne
  11. 11 De tape
  12. 12 De deur die openging
  13. 13 Het oude dossier
  14. 14 Levende cellen
  15. 15 Haar naam
  16. 16 De gesloten gang
  17. 17 Koffie voor twee
  18. 18 Wat Lotte vergat
  19. 19 De tuin zonder gewicht
  20. 20 Nachtveer
  21. 21 Het lab van Ilse
  22. 22 Lotte kiest
  23. 23 Pavel in de put
  24. 24 Een zieke commandant
  25. 25 Wat Daan wist
  26. 26 De handtekening
  27. 27 Bij het ijs
  28. 28 Wat je vasthoudt
  29. 29 De evacuatie
  30. 30 Het antwoord van de aarde
  31. 31 De Ring valt stil
  32. 32 Wat Elias wist
  33. 33 Wortel
  34. 34 De stem uit de muur
  35. 35 De vertaler
  36. 36 De Zeeslang
  37. 37 De holte
  38. 38 Annelies
  39. 39 Het antwoord
  40. 40 Wortel in het licht