Echo van Kallisto

Hoofdstuk 11 van 40

Alleen voor volwassenen

Dit boek is voor mensen van 18 jaar en ouder.

Terug

Echo van Kallisto · hoofdstuk 11 van 40

11. De tape

Ilse Brandt onderzocht haar twee uur lang.

Ze nam bloed af, vier buisjes. Ze mat haar hartslag, haar zuurstofgehalte, de druk in haar oren en de spanning in haar spieren. Ze liet Mara in een groot toestel liggen dat haar hele lichaam scande. Ze zei bijna niets. Af en toe mompelde ze een getal en schreef het op een tablet.

De Medische ruimte was een lange, witte kamer met twee bedden en veel kasten. Mara lag op het ene bed, in een wit ziekenhuishemd, met een deken tot haar kin. Haar handen en voeten waren nog koud. Als ze haar ogen sloot, zag ze de sterren draaien.

"Je bent een geluksvogel," zei Ilse eindelijk. Ze zette haar bril op haar neus en keek haar over de rand aan. "Geen onderkoeling, geen decompressie, geen barsten in je longen. Je hebt alleen een lichte shock. Je moet vannacht hier blijven."

"Ik kan naar mijn eigen hut."

"Je kunt het. Maar je doet het niet." Ilse trok de deken recht met snelle, bekwame handen. "Ik zeg het niet als arts. Ik zeg het als iemand die je niet nóg een keer wil zien liggen."

Mara keek haar aan. De oudere vrouw had een strak, moe gezicht. Haar zilveren bob zat een beetje slordig, alsof ze erdoorheen had gewreven. Er zat een strakke plooi tussen haar wenkbrauwen.

"Ilse," zei Mara. "Wat denk je dat er gebeurd is?"

"Een ongeluk met de lijn." Het antwoord kwam te snel. "Een slechte lijn. Dat gebeurt."

"Dat was geen slechte lijn. Het was doorgesneden."

Ilses handen bleven stil. Ze keek niet op. "Dat is een zware beschuldiging."

"Het is een snijvlak." Mara trok haar hand onder de deken uit en hield het stuk lijn omhoog. Sander had het haar gegeven, in een plastic zak. "Glad. Voor driekwart doorgesneden."

Ilse nam de zak. Ze bekeek hem lang. Haar duim gleed over het plastic. Toen gaf ze hem terug.

"Dan moet je het aan de commandant geven," zei ze. "Niet aan mij."

"Dat heeft hij al gezien."

"Goed." Ze draaide zich om en liep naar de kast. Haar rug was recht, maar haar schouders stonden hoog. Ze opende een la en haalde er een flesje uit. "Ik geef je iets om te slapen."

"Nee, dank je."

"Mara."

"Ik wil wakker blijven."

Ilse draaide zich om. Haar ogen achter de glazen waren groot en grijs. Even leek ze iets te willen zeggen. Haar mond opende zich. Toen sloot hij.

"Zoals je wilt," zei ze. "Maar rust. Alsjeblieft. Je lichaam heeft het nodig."

"Ik zal rusten." Mara keek haar aan. "Ilse. Mag ik je iets vragen over Daan?"

Het bleef doodstil. Ilse hield het flesje in haar hand. Het licht van de TL-buis flikkerde.

"Vraag maar."

"Hoe was hij? In zijn laatste weken?"

"Moe." Ilse zette het flesje terug in de kast. Haar stem was effen. "Hij sliep te weinig. Hij at te weinig. Ik zei het hem. Hij luisterde niet."

"Heb je hem die laatste avond gezien?"

"Nee." Ze draaide zich niet om. "Ik zat in mijn lab. Ik heb gewerkt. Dat heb ik ook zo in het rapport gezegd."

"Femke zei dat ze je met hem zag."

Nu draaide Ilse zich wel om. Haar gezicht was een muur. Maar in haar ogen, heel even, flitste iets op: schrik, of schuld, of verdriet.

"Femke is jong," zei ze zacht. "Ze was die avond bijzonder moe. Ik denk dat ze het zich heeft verbeeld."

"Dat kan."

"Het is waarschijnlijk." Ilse liep naar haar toe, trok de bril af en veegde haar ogen. "Mara. Ik zeg dit als vriendin, niet als arts. Als je dingen gaat opgraven, zorg dan dat je het veilig doet. Er zijn mensen die liever hebben dat dit station stil blijft."

"Wie?"

"Dat weet je al." Ze keek naar de deur. "En die luisteren."

Zonder nog een woord liep ze de kamer uit. De deur sloot zachtjes achter haar.

Mara bleef liggen. Het gesprek bleef in haar hoofd. Het was niet vijandig geweest. Het was eerder, dacht ze, als een gesprek met iemand die haar probeerde te waarschuwen en tegelijk iets verborg. Ilse was bang. Dat was duidelijk. Maar wie of wat haar bang maakte, bleef vaag.

* * *

Een uur later ging de deur opnieuw open. Dit keer was het Sander. Hij droeg zijn overall, maar zijn haar was nat van de douche en zijn ogen waren rood van vermoeidheid. Achter hem liep Pavel, met een grote tas in zijn handen.

"Ik moest hem brengen," zei Pavel. Hij zette de tas op het bed. Er zat de bandrecorder in, zorgvuldig gewikkeld in een handdoek. "Ik heb de tape teruggespoeld. Hij is vol. Acht uur."

"Dank je, Pavel."

"Ik luister niet." Hij trok zijn schouders op. "Ik heb alleen gekeken of hij nog draait. Hij draait."

"Wil je blijven?"

"Nee. Ik moet naar beneden, de boor controleren. Maar ik wil weten wat erop staat." Hij keek naar Sander. "Vertel het me later."

"Dat zal ik doen."

Pavel knikte en liep weg, met zijn grote, trage stappen. De deur sloot zich.

Sander trok een kruk naar het bed. Hij ging zitten en keek naar haar. Zijn gezicht was uitgeput, maar kalm.

"Hoe is het?" vroeg hij.

"Ik ben levend." Ze glimlachte. "Jij?"

"Ik ook." Hij zweeg even. "Elias was net bij me. Hij was geschokt. Hij zei dat de lijn waarschijnlijk is beschadigd tijdens het laatste onderhoud. Hij zei dat Techniek de lijnen niet goed inspecteert. Hij zei dat Daan..." Hij brak af.

"Hij schoof het op Daan."

"Hij schoof het op Daan. En op jou." Sanders mond vertrok. "Hij zei dat je als nieuwkomer de procedure niet kende. Dat je de lijn niet had gecontroleerd."

"Ik heb hem drie keer gecontroleerd."

"Dat weet ik. Ik heb het gezien." Hij haalde diep adem. "Ik heb gezegd dat er een onderzoek komt. Hij zei dat hij dat zou leiden. Ik zei nee."

"Wat zei hij?"

"Dat hij als verbindingsofficier van Helix het recht heeft..." Sander schudde zijn hoofd. "Ik heb hem eruit gezet. Ik zei dat ik het als commandant zelf doe en dat hij op zijn kamer moest blijven tot ik hem riep."

Mara hield haar adem in. "Je hebt een Helix-man gearresteerd."

"Ik heb hem naar zijn kamer gestuurd." Er kwam iets droogs in zijn stem. "Het is geen arrestatie. Maar hij zal het zo voelen."

"Sander." Ze kwam half overeind. "Dat is gevaarlijk."

"Misschien." Hij pakte haar hand. "Maar ik had besloten, daar in de ruimte. Toen jij weg dreef. Ik besloot dat ik niet meer wilde dat iemand mij vertelt wat ik mag doen met mijn eigen crew."

Zijn hand was warm en droog en rustig. Hij hield de hare stevig vast.

"Mag ik nu luisteren naar de tape?" vroeg ze.

"Nu? Je moet rusten."

"Ik kan niet slapen. Ik wil het weten."

Hij zuchtte. Hij keek naar de recorder, naar haar gezicht en weer terug. Toen knikte hij.

"Samen."

* * *

Ze zetten hem op het tafeltje tussen de bedden. Sander schoof een kussen achter haar rug, zodat ze rechtop kon zitten. Hij ging zelf op de rand van het bed zitten, zijn schouder tegen de hare. Hij drukte op de play-knop.

De spoelen draaiden langzaam. Een zacht ruisen vulde de ruimte, het geluid van lege tape. Daarna een zwak, vlak getik: de Ring, de leidingen, de gewone geluiden van de nacht.

"Vier uur elf," fluisterde Mara. Ze wist het niet zeker. Maar ze voelde het.

Het geruis zakte weg. Er was even helemaal niets.

Daarna kwam de toon.

Hij was veel helderder dan op haar tablet. Alle ruis was weg, alle storing. De zachte, lage zang vulde de ruimte, warm en breed, als een orgel in een lege kerk. Mara voelde dat de haartjes op haar armen overeind kwamen.

"Dat is mooi," zei Sander, bijna onhoorbaar.

De toon rees en daalde. Er kwamen andere tonen bij, korter, hoger, als vogels. Ze vormden een patroon. Mara herkende het: Hier. Hier. Wie? Wij. Het herhaalde zich, steeds iets anders.

Daarna werd het ritme sneller. De tonen liepen door elkaar, als stemmen die over elkaar heen praten, vol haast. Het klonk bijna dringend.

En toen hoorde ze het. Heel duidelijk, tussen de tonen door. Een stukje van een woord.

Sa.

Sander verstijfde.

Ma.

Mara greep de rand van de deken.

Da.

"Het noemt ons," fluisterde ze. "Alle drie. Sander, Mara, Daan."

De tonen gingen verder. Er kwamen meer klanken, kort en helder, alsof iemand een lijst voorlas. Elke klank was een eerste lettergreep. Ze klonken als het begin van namen.

Je.

Wil.

Ke.

Ra.

La.

Mara voelde de kou naar haar keel trekken. Ze keek naar Sander. Zijn gezicht was grijs geworden.

"Dat zijn er zes," zei hij hees. "Zes namen."

"Het eerste team," zei Mara.

"Jelle Postma. Wilma Haas. Kees de Boer. Rania Aziz. Lars Visser." Zijn stem klonk alsof hij de woorden uit een diepe put haalde. "En..."

An.

Er viel een stilte. Het was alsof de hele kamer haar adem inhield. Op de tape zakten de tonen weg, een voor een, tot alleen die ene overbleef: An. Daarna een zachte, trillende herhaling, als een zuchtje.

An. An. An.

Sander stak zijn hand uit en drukte op stop. De spoelen stonden stil. In de plotselinge stilte hoorde Mara alleen zijn ademhaling, die in korte stoten uit zijn borst kwam.

"Sander."

"Wacht." Hij boog zijn hoofd. Zijn schouders bewogen. Hij maakte geen geluid. Hij huilde zoals sommige mannen huilen: zonder geluid, in stilte, met zijn gezicht in zijn handen.

Mara sloeg haar armen om hem heen. Ze trok hem tegen zich aan, zijn hoofd tegen haar schouder, haar wang in zijn natte haar. Hij beefde. Hij klemde zich aan haar vast, alsof ze het enige was dat hem nog vasthield.

"Het is niet haar," fluisterde ze. "Het is een echo van namen. Het heeft ze gehoord. Het onthoudt ze."

"Dat weet ik."

"Het is geen bewijs dat ze leeft."

"Dat weet ik ook."

"Maar het is ook geen bewijs dat ze dood is."

Hij ademde in. Ze voelde hoe zijn borst zich vulde. "Dat is wat ik wil geloven," zei hij. "Dat is het gevaarlijke."

"Dan geloven we het samen. Voorzichtig."

Hij hief zijn hoofd. Zijn ogen waren rood en nat en dichtbij. Zijn gezicht was open, zoals nog nooit. Zijn lippen trilden.

"Mara."

"Ja."

"Ik wil je kussen."

"Ik weet het."

"Ik heb het bijna gedaan in de gang. En in de sluis." Zijn stem beefde. "Maar ik wil het niet doen omdat ik huil. Of omdat ik bang ben. Ik wil het doen als het ons beiden goed uitkomt."

Ze glimlachte door haar eigen tranen. "Dat is een heel netjes antwoord."

"Het is een commandantenantwoord." Hij lachte schor. "Ik ben beter in bevelen dan in dit."

"Je doet het prima."

Hij veegde haar wang af met zijn duim. Zijn blik gleed over haar gezicht, langzaam, alsof hij het in zich opnam.

"Over twee dagen," zei hij. "Als je weer sterk bent. Als dit voorbij is. Dan wil ik dat je naar mijn kamer komt. Niet omdat het moet. Omdat je het wilt."

"En als ik het wil?"

"Dan wil ik het ook." Zijn stem was zacht, bijna een fluistering. "Maar zeg alleen ja als je het zeker weet. Ik wil dat je het zelf kiest, elk moment."

"Dat wil ik ook."

"Goed."

Hij stond op. Hij trok de deken over haar schouders, voorzichtig, en schoof het kussen goed. Daarna bleef hij nog even staan, met zijn hand op de rand van het bed.

"Ik blijf hier," zei hij. "Op de kruk. Ik slaap niet."

"Dat hoeft niet."

"Ik wil het."

Ze sloot haar ogen. Het was warm onder de deken, en stil, en voor het eerst sinds ze hier was voelde ze geen koude. Ze hoorde hem op de kruk gaan zitten. Ze hoorde de pennen in zijn zak tikken.

Het laatste wat ze dacht voor ze insliep, was een naam, een beginnetje maar: An.

Het klonk niet als een spook. Het klonk als iemand die wachtte.

Alle hoofdstukken
  1. 1 Aankomst
  2. 2 Rondleiding
  3. 3 Het gat in de logs
  4. 4 De waterpomp
  5. 5 Elias Vos
  6. 6 Basis Beneden
  7. 7 Vier uur twaalf
  8. 8 De handtekening
  9. 9 Het luistert
  10. 10 De antenne
  11. 11 De tape
  12. 12 De deur die openging
  13. 13 Het oude dossier
  14. 14 Levende cellen
  15. 15 Haar naam
  16. 16 De gesloten gang
  17. 17 Koffie voor twee
  18. 18 Wat Lotte vergat
  19. 19 De tuin zonder gewicht
  20. 20 Nachtveer
  21. 21 Het lab van Ilse
  22. 22 Lotte kiest
  23. 23 Pavel in de put
  24. 24 Een zieke commandant
  25. 25 Wat Daan wist
  26. 26 De handtekening
  27. 27 Bij het ijs
  28. 28 Wat je vasthoudt
  29. 29 De evacuatie
  30. 30 Het antwoord van de aarde
  31. 31 De Ring valt stil
  32. 32 Wat Elias wist
  33. 33 Wortel
  34. 34 De stem uit de muur
  35. 35 De vertaler
  36. 36 De Zeeslang
  37. 37 De holte
  38. 38 Annelies
  39. 39 Het antwoord
  40. 40 Wortel in het licht