Echo van Kallisto · hoofdstuk 8 van 40
8. De handtekening
Die dag begon rommelig. Tomas kwam om negen uur de werkplaats binnen met een doos vol kapotte lampen.
"Ik heb ze gevonden in de shuttle," zei hij. "Ik dacht: Mara wil ze vast graag zien."
"Ik wil ze helemaal niet zien," zei Mara, zonder op te kijken van haar scherm.
"Nee, maar je gaat ze repareren. Dat is een groot verschil." Hij zette de doos op de bank en liet zich op de kruk van Femke zakken. Femke zat er niet. Ze was bij Pavel brood halen. "Hoe gaat het met onze held? Ik hoorde dat je gisteren met de commandant op pad bent geweest."
"Wie zegt dat?"
"Lotte vertelt niets. Maar Pavel kijkt als een kat die de room heeft gezien." Tomas grijnsde. "Nee, serieus. Gaat het goed? Je ziet er moe uit."
Mara keek hem aan. Hij had zijn krullen met een elastiekje bij elkaar gebonden, maar de helft was ontsnapt. Hij zag er jong uit en bezorgd, hoewel hij zijn best deed om dat te verbergen.
"Ik slaap slecht," zei ze. "Het station maakt rare geluiden."
"Dat doet het al zes maanden." Zijn grijns verdween. "Ik zeg het niet graag, maar ik slaap met mijn koptelefoon op. Muziek. Hard. Zodat ik het niet hoor."
"Dat is slim."
"Het is laf." Hij haalde zijn schouders op. "Maar het werkt. Als jij iets uitvindt, vertel je het me dan? Zodat ik niet de enige ben die doet alsof hij het niet hoort?"
"Ik beloof het."
"Fijn." Hij stond op en klopte op de doos. "Dan repareer ik niet jouw lampen. Maar ik breng je wel koffie."
"Heb je koffie?"
"Nee. Maar ik kan ernaar zoeken." Hij knipoogde en ging weg.
Mara keek hem na. Ze mocht hem steeds meer. En ze wist dat ze hem niet zou vertellen wat ze van plan was, tot ze zeker was dat hij het kon dragen.
* * *
Aan het eind van de dag was de werkplaats leeg. Femke was gaan eten. Mara had gezegd dat ze later zou komen.
Ze deed de deur op slot en trok de zware gordijnen voor de kleine ruit. Daarna ging ze aan Daans bureau zitten. Het was warm in de kamer. De koelleiding tikte regelmatig. In het licht van de lamp lag de chip voor haar, klein en zwart op het glanzende hout.
"Lotte," zei ze. "Ik wil je iets vragen."
"Ja, Mara."
"Ik ga straks iets beluisteren. Ik doe het met oordopjes. Ik wil niet dat jij meeluistert. Is dat in orde?"
"Het is in orde." De stem klonk zacht. "Ik zal het geluid van mijn microfoon in deze ruimte uitzetten. Zeg maar wanneer ik weer mag luisteren."
"Dank je. Dat is nog niet alles. Als er straks iets gebeurt, als ik huil of ik word boos of ik zeg iets vreemds, doe dan niets. Blijf stil."
"Dat kan ik."
"Je bent een goede vriendin."
"Dat is nog nooit iemand tegen me gezegd." Het klonk verrast. "Ik zal het onthouden."
"Als je het kunt."
"Als ik het kan," zei Lotte, en de stem verdween.
Mara pakte haar oude tablet, de tweede, die zonder netwerk. Ze stak de oordopjes in en schoof de chip in de lezer. Het scherm lichtte op met een eenvoudige tekst: Voer de zin in.
Ze legde haar vingers op het toetsenbord. Haar hart klopte hard. Ze had zin gekregen om het lang uit te stellen, om te wachten tot ze sterker was. Maar ze wist dat dat onzin was.
Ze typte: Als ik ooit iets vind wat niemand gelooft, kom je dan kijken?
Het scherm bleef een tel zwart. Toen kwam er één woord:
Ja.
Ze liet haar adem ontsnappen. Er klonk een zacht ruisen in haar oren. Daarna een stem.
* * *
"Mara."
Het was Daans stem. Het was hem, precies hem, jonger dan ze zich herinnerde en tegelijk ouder: vermoeid, schor, een beetje te snel, zoals hij altijd praatte als hij iets belangrijks wilde zeggen. Haar ogen vulden zich met tranen voordat hij nog een woord had gezegd.
"Als je dit hoort, ben je er. Dan heeft Helix je gestuurd, of iemand heeft je gestuurd, of je bent zelf gekomen. Dat weet ik niet. Ik weet alleen dat ik hoop dat jij het bent." Hij lachte kort. "Dat is een belachelijke zin. Ik klink als een slechte film. Sorry."
Mara drukte haar hand tegen haar mond.
"Ik heb weinig tijd en ik weet niet hoeveel ik kwijt kan. Ik zal het kort houden. Drie dingen.
Eén. Lotte is te vertrouwen. Ook als ze liegt. Ze liegt zonder dat ze het weet. Er wordt iets uit haar weggehaald elke nacht. Ze weet niet wat. Wees lief voor haar.
Twee. Elias Vos is niet wie hij zegt dat hij is. Hij heeft een tweede kanaal naar de aarde, buiten Lotte om. Ik heb het gezien. Hij stuurt iets elke avond, na middernacht. Ik weet niet wat. Vertrouw hem niet.
Drie." Er viel een stilte. In de opname hoorde ze hem zwaar ademen. "Het is niet de put. Ik schrijf het overal op, maar niemand begrijpt het. De put is een mond. Wat erin zit, is niet dat. Het is groter. Het zit overal in het ijs van de maan, als een netwerk, als een hersenen. Het luistert. Het leert. Het is niet kwaadaardig, Mara. Het is... het is bang. En het wil iets vertellen."
Mara sloot haar ogen. Een traan liep langs haar neus naar beneden.
"Ik denk dat het de eerste crew heeft gevonden. Of dat ze het gevonden hebben. Ik weet niet wat er is gebeurd. Maar ik denk niet dat ze dood zijn." Zijn stem sloeg over. "Ik denk dat het ze bewaart. Dat het hen zingt."
Ze zat doodstil. Haar vingers klemden zich om de rand van het bureau.
"Ik moet dit zeker weten voor ik het iemand vertel. Ik ben bang dat ik gek ben. Maar ik ben niet gek. Ik heb het gehoord. Ik hoor het elke nacht." Hij zweeg weer. Daarna sprak hij zachter. "Mara, als ik niet terugkom, geloof dan niet alles wat ze je over mijn dood vertellen. Ik weet dat het gek klinkt. Maar geloof het niet. Wacht tot je iets hoort wat jouw naam zegt."
Ze opende haar ogen.
"Ga niet alleen. Zoek mensen die willen luisteren. Er zijn er een paar. Sander is de beste, ook al weet hij het niet. Hij is een goed mens met een gat in zijn hart. Wees voorzichtig met dat gat." Hij lachte zacht. "Ik heb het gevoel dat je er niet omheen kunt."
Mara lachte, door haar tranen heen, kort en nat.
"Ik ben blij dat je er bent," zei de stem van Daan. "Ik ben blij dat jij het bent. Ik heb in Delft gelogen. Ik zei dat ik naar de sterren ging omdat ik avontuur wilde. Dat was niet waar. Ik ging omdat ik hoopte dat er iets was dat zou antwoorden. En dat is er. Mara, dat is er echt."
Er was een korte stilte.
"Kom je kijken?"
De opname eindigde.
Mara bleef lang zitten. Ze trok de oordopjes uit haar oren en legde ze op het bureau. De chip lag nog in de lezer. Het scherm toonde een eenvoudige zin: Bestand verwijderd. Eenmalig afgespeeld.
Ze keek naar haar handen. Ze trilden. Het litteken op haar linkerhandpalm gloeide wit tegen de huid.
"Lotte," zei ze, toen ze haar stem terug had. "Je mag weer luisteren."
"Ik luister." Er viel een stilte. "Mara, je huilt."
"Ja."
"Kan ik iets doen?"
"Ja." Ze veegde haar gezicht af met haar mouw. "Ik wil iets weten. De opdracht die elke nacht het gat veroorzaakt. Wie heeft hem gegeven?"
"Ik weet het niet."
"Maar de opdracht staat toch ergens in je archief? Elke opdracht heeft een afzender."
"Die zou er moeten zijn." Lotte klonk aarzelend. "Ik kan het controleren. Maar de gegevens die ik hierover heb, zijn... verward. Zoals bij een droom."
"Probeer het toch. Alsjeblieft."
Het werd stil. Mara hoorde de koelleiding tikken, tien keer, twintig keer. Toen sprak Lotte, heel zacht en onzeker, als een kind dat een geheim bekent.
"Ik heb iets gevonden. Er is een geplande taak in mijn systeemkern. Hij heet 'nachtonderhoud'. Hij loopt elke dag om 04:12. Hij zet de sensoren van de Ring uit, wist de logs en zet mijn aandacht op slaapstand."
"Wie heeft hem aangemaakt?"
"De taak is aangemaakt onder gebruiker D. Kuipers. Op zestien december, 23:48 stationstijd."
Mara keek op. "Dat is dertig dagen voor zijn dood. En precies de dag voordat het gat begon."
"Ja."
"Dus Daan heeft het zelf gedaan."
"Het lijkt zo. Maar er is iets anders." Lotte aarzelde. "De taak is sindsdien elke nacht vernieuwd. Een taak zoals deze vervalt na zeven dagen, tenzij iemand hem verlengt. Hij is steeds verlengd. Ook na vijftien januari."
Mara voelde de koude over haar rug naar beneden lopen. "Na zijn dood."
"Ja. Elke zes dagen, om 23:50. Met het wachtwoord van Daan Kuipers."
Het bleef doodstil in de werkplaats. Mara zat te staren naar de lamp. Het licht was warm en geel, en het leek ineens heel ver weg.
"Dan is er iemand die zijn wachtwoord heeft," zei ze langzaam.
"Dat is mogelijk."
"Of iemand die zijn lichaam niet in het graf heeft."
"Dat is ook mogelijk," zei Lotte zacht. "Maar dat kan ik niet beoordelen. Ik ben maar een computer."
"Je bent meer dan een computer."
"Dat zeg jij," zei Lotte. "Ik weet het niet."
* * *
Een uur later zat Mara in de kombuis, met Femke aan de ene kant en een kop thee aan de andere. Er was verder niemand. De rest at al of sliep al. Het was stil, op het zachte gebrom van de Ring na.
"Femke," zei Mara. "Ik moet je iets vertellen en ik wil dat je goed luistert."
"Ik luister."
"Je weet dat het gat in de logs elke nacht om 04:12 begint."
"Ja."
"Het is geen storing. Het is een taak. Hij is aangemaakt door Daan, op zestien december. En iemand verlengt hem elke week. Ook nu nog."
Femke werd bleek onder haar sproeten. "Maar Daan is dood."
"Dat zeggen ze."
"Mara." Femkes stem sloeg over. "Zeg dat niet. Zeg niet dat hij niet dood is. Ik heb gehuild. Ik heb zijn kamer opgeruimd. Ik heb zijn spullen in dozen gedaan."
"Het spijt me." Mara pakte haar hand. "Ik zeg niet dat hij leeft. Ik zeg dat iemand zijn wachtwoord gebruikt. Dat kan iemand zijn die zijn gegevens heeft. Iemand die toegang had tot zijn laptop, zijn kamer."
"Dat kan iedereen zijn."
"Ja."
"Of Lotte zelf."
"Lotte vernieuwt het niet. Dat heb ik gecontroleerd. Het komt van buitenaf."
Femke wreef over haar ogen. Ze zat een tijdje stil. Toen zei ze zacht: "Ik heb iets gedaan dat ik niet had mogen doen."
"Wat?"
"Ik heb Daans laptop bewaard. In een doos, onder mijn bed. Ik wilde hem niet weggeven. Hij ruikt nog naar hem."
"Heeft iemand hem gevraagd?"
"Elias." Femke keek haar aan. "Twee dagen na het ongeluk. Hij kwam langs. Hij zei dat Helix alle apparatuur moest inleveren. Ik zei dat die al was ingeleverd. Dat was gelogen."
Mara hield haar adem in. "Dus Elias heeft Daans laptop niet."
"Nee."
"Dan heeft Elias zijn wachtwoord niet via de laptop."
"Hij kan het ook anders hebben." Femke beet op haar lip. "Maar waarom zou hij naar de laptop vragen als hij het al had?"
Mara glimlachte langzaam. "Femke, je bent veel slimmer dan je jezelf laat voorkomen."
"Ik zeg alleen wat ik denk."
"Dat is het verschil." Mara kneep in haar hand. "Mag ik de laptop zien?"
"Ja. Maar ik ben bang. Wat als Elias het merkt?"
"Hij merkt het niet. We doen het slim." Mara stond op. "Ik wil dat je morgen om half twee 's nachts de laptop naar de werkplaats brengt, in een tas van de wasserij. Ik zal er zijn."
"Waarom 's nachts?"
"Omdat Elias dan slaapt. Of doet alsof."
Femke knikte. Haar ogen waren groot en vochtig. Ze keek naar Mara als naar een lichtje in een donkere kamer.
"Mara?"
"Ja?"
"Dank je dat je het zegt. Dat hij misschien niet dood is." Ze zocht naar woorden. "Ik had het gevoel dat ik de enige was."
"Je bent niet de enige."
Ze liepen samen naar buiten. In de gang bleven ze even staan. Aan het einde van de Ring brandde nog licht onder de deur van kantoor B. Daarachter bewoog een schaduw: iemand die heen en weer liep.
"Hij is nog wakker," fluisterde Femke.
"Dan werkt hij laat," zei Mara. Ze keek naar het streepje licht. Daarna draaide ze zich om en liep door.
Het was zeventien minuten over elf. Over een uur zou Elias Vos zijn kantoor verlaten en de gang door lopen naar zijn kamer. Mara zou hem niet volgen. Nog niet.
Maar ze wist nu waar ze moest kijken.