Echo van Kallisto

Hoofdstuk 9 van 40

Alleen voor volwassenen

Dit boek is voor mensen van 18 jaar en ouder.

Terug

Echo van Kallisto · hoofdstuk 9 van 40

9. Het luistert

Om half twee 's nachts stond Femke voor de deur van de werkplaats met een grote blauwe waszak over haar schouder.

Mara liet haar binnen en deed de deur op slot. De werkplaats was donker, op de lamp boven de bank na. Femke zette de zak op tafel en haalde er twee dikke handdoeken uit. Daaronder lag een versleten grijze laptop, met stickers op het deksel: een raket, een kikker, een tekst in kleine letters die zei Alles is geluid.

"Dat is zijn spreuk," zei Femke zacht. "Hij zei dat altijd. Dat alles geluid is, als je maar goed luistert."

Mara streek met haar duim over de sticker. Ze zag de krassen, de ronde vlekken van koffiekoppen. Het apparaat had een geur die ze herkende: thee en oude warmte.

"Heb je hem aan gehad?"

"Nee. Ik durfde niet." Femke zat op de rand van de kruk, met haar handen tussen haar knieën. "Ik weet het wachtwoord niet."

"Ik denk dat ik het weet."

Mara klapte de laptop open. Het scherm lichtte op en vroeg om een wachtwoord. Ze dacht aan de foto van de dijk. Ze dacht aan alles wat hij ooit had gezegd, aan zijn bulderlach en zijn bril. Daarna typte ze een woord.

Dijkjongen.

Het scherm bleef hangen. Toen sprong het naar een startscherm met een foto van de sterrenhemel. Femke sloeg haar hand voor haar mond.

"Hoe wist je dat?"

"Zo noemde ik hem in Delft. Omdat hij altijd op de dijk zat te denken." Mara schoof de laptop tussen hen in. "Kom, we kijken."

Het bureaublad was netjes. Er waren mappen met namen als Pompen, Circuits, Lucht en een map die gewoon Luisteren heette. Mara opende hem. Er stonden honderden bestanden in, alle met een datum en een tijd. Het oudste was van acht maanden geleden.

"Opnames," fluisterde ze. "Elke nacht."

Ze opende het laatste bestand. Het was van veertien januari, 03:52. Het begon met het geruis van een buis. Toen klonk Daans stem, laag en gespannen, vlak bij de microfoon.

"Veertien januari, drie uur tweeënvijftig. Ik zit in Schacht 7. Het is koud. Het is nog twintig minuten. Ik probeer het opnieuw." Een korte stilte. "Ik heb gisteren een nieuw woord geleerd. Het was geen woord. Het was een vraag."

"Dat had ik ook," fluisterde Mara.

"Ik denk dat het vraagt: Wie ben je? Ik heb het tien keer gehoord. Elke keer klonk het iets minder bang. Ik zei mijn naam. Ik zei hem steeds. En vannacht..." Hij lachte zacht. "Vannacht zei het hem terug."

Femke greep Mara's mouw.

"Het zei: Da. Het is het eerste stukje van mijn naam. Het begint te leren, Mara. Ik bedoel, als je dit hoort. Het begint te leren." De stem werd zachter. "Morgen vertel ik het aan Sander. Ilse zegt dat ik moet wachten. Maar ik kan niet wachten. Het is te groot. Als het misgaat..."

Er viel een korte stilte.

"Als het misgaat," zei Daan, "dan was het niet de boor. Het was niet de put. Het luistert. Het luistert naar alles wat we doen. En wij luisteren niet terug."

De opname stopte. Het was precies 03:59.

"Dat was de laatste nacht," zei Femke. Haar stem klonk ijl.

"Hij heeft het de volgende dag aan Sander willen vertellen."

"Dat deed hij niet. Hij is die nacht gestorven."

"Om 04:20 in sluis C." Mara scrolde terug. "Maar deze opname eindigt om 03:59. Er zijn geen opnames van 04:12. Zoals bij alle opnames. Hij nam elke nacht op tot vlak voor het gat."

"Omdat zijn apparatuur dan uitviel."

"Of omdat hij het zelf liet uitvallen." Mara dacht aan de taak die Daan op zestien december had aangemaakt. Ze keek naar het scherm, waar het bestandenoverzicht liep. "Hij heeft het gat zelf gemaakt. Ik denk niet dat hij Helix de opnames wilde laten zien. Of Elias. Of wie dan ook die meekeek."

"Maar dan wist niemand wat de Echo zei."

"Behalve hij."

Ze klikte op een andere map, die Woordenboek heette. Daarin stond één bestand. Het was een tabel, met drie kolommen: een golfvorm, een nummer en een woord in Daans handschrift, gescand en ingevoegd.

Mara las. Femke las mee, haar lippen bewegend.

Toon 1 (212 Hz, lang): Hier.

Toon 2 (212 + 318 Hz): Wie?

Toon 3 (318, kort-kort-lang): Wij.

Toon 4 (rond, golf): Ik ben. Ik ben hier.

Toon 5 (dalend, 3×): Pijn? Kou? Weg?

Toon 6: Niet doen.

Toon 7: Blijf.

"Hij heeft een taal gemaakt," zei Femke ademloos.

"Hij heeft een begin gemaakt." Mara tikte op de regel van het ronde teken. "Het teken van de cirkel en de golf. Ik ben hier. Dat tekende de rijp op mijn raam."

"Het tekende op jouw raam?" Femke staarde haar aan. "Wanneer?"

"Drie nachten geleden." Mara trok het papiertje van Sander uit haar zak en legde het naast de laptop. "Sander en ik zaten in de onderhoudsgang. We raakten allebei buiten bewustzijn. Toen we wakker werden, stond dit op het kaartje."

"Het wil dat je het weet."

"Of het wil dat we terugpraten." Mara liet haar vinger over het scherm glijden. "Ik denk dat het geen vijand is. Ik denk dat het iets is dat heel lang alleen is geweest."

"Dat is een verdrietige gedachte."

"Ja."

Femke trok haar benen op en legde haar kin op haar knieën. Ze zat zo een tijdje, met haar rode vlecht langs haar wang. "Mara, mag ik iets vertellen over de laatste avond? Voor Daan stierf?"

"Natuurlijk."

"Hij kwam bij mij op de gang. Het was na het eten. Hij was blij. Echt blij. Hij zei dat hij iets had gevonden dat ons allemaal zou veranderen." Haar stem trilde. "Hij gaf me een knuffel. Dat deed hij nooit. Hij zei: 'Femke, als mij iets overkomt, zorg dan dat Mara het doorkrijgt.'"

Mara hield haar adem in. "Hij zei mijn naam?"

"Hij zei: Mara Veldkamp. Ik wist niet wie dat was." Femke slikte. "Toen hoorde ik dat jij kwam. Ik dacht dat het toeval was."

"Het was geen toeval."

"Nee."

"Femke." Mara draaide zich naar haar toe. "Weet je wie er die avond bij hem was? Voor hij naar de sluis ging?"

"Ilse. Ze liepen samen weg. Ik zag ze. Ze had een tas bij zich, met medische spullen." Femke fronste. "Dat vond ik niet raar, want ze is arts. Maar achteraf..."

"Achteraf?"

"Achteraf zei Ilse bij het onderzoek dat ze Daan die avond helemaal niet gezien had."

Het bleef stil. De lamp zoemde zacht. Op het scherm van de laptop stond nog de tabel met woorden: Hier. Wij. Ik ben. Blijf.

"Heb je dat aan iemand verteld?" vroeg Mara zacht.

"Nee. Ik dacht dat ik het me verbeeldde." Femke keek haar aan, bang en zoekend. "Wat als Ilse...?"

"Dat weten we niet." Mara pakte haar handen. "Laten we het niet te snel denken. Ilse is arts. Ze kan een reden hebben. Misschien wilde ze niet dat iemand wist dat hij ziek was. Misschien beschermde ze hem."

"Of misschien..." Femke slikte weer. "Misschien heeft zij hem iets gedaan."

"Dat is een zware gedachte."

"Ja."

"We houden hem apart." Mara schoof de laptop dicht. "Eerst willen we weten wat er in het gat gebeurt. Daarna praten we met Ilse. Maar niet nu."

"Hoe willen we weten wat er in het gat gebeurt? Alle apparaten vallen uit."

"Niet alle." Mara glimlachte voor het eerst die nacht. "Ken je Pavels oude bandrecorder?"

"Zijn... wat?"

"Een ding met een tape erin. Zonder chips. Zonder netwerk. Hij heeft er een in zijn kamer staan, naast zijn radio. Hij gebruikt hem om Russische liedjes af te spelen."

"Tsjechische," zei Femke automatisch. "Hij is uit Brno."

"Dat ook. Als hij die wil uitlenen, hebben we iets dat de Echo niet kan wissen."

"Omdat het geen elektronica is?"

"Omdat het magnetisme is. Een ander soort geluid." Mara stond op. "Het is een gok. Maar het is de beste die we hebben."

Femke stond ook op. Haar ogen schitterden. "Ik loop erheen. Pavel is vannacht beneden, dus zijn kamer is leeg. Ik ken de code."

"Je kent de code?"

"Iedereen kent de code. Het is zijn verjaardag."

* * *

De volgende ochtend zat Mara met haar koffie in de werkplaats, een uur voordat haar dienst begon. Voor haar lag de bandrecorder. Hij was groot en zwaar, van donkergrijs metaal, met twee ronde spoelen en een rode opneemknop. Pavel had hem zonder vragen geleend. Hij had alleen gezegd: "Hij heeft een goed hart. Behandel hem lief."

Ze testte hem. Ze sprak een paar woorden in en speelde ze terug. Het geluid was warm, een beetje krakend, als een stem uit lang geleden.

De deur ging open. Mara klapte onbewust de handdoek over de recorder.

Elias Vos stond in de deuropening. Hij droeg een grijze trui over zijn overall en hield een tablet onder zijn arm. Zijn glimlach was precies zoals vorige keer.

"Goedemorgen, Mara. Heb je even?"

"Natuurlijk." Ze stond niet op. "Wat kan ik voor je doen?"

"Ik wilde vragen hoe het met de papieren staat. De aanvullende verklaring."

"Ik heb hem gelezen."

"En?"

"Ik heb nog vragen. Ik wil ze eerst aan een juridisch adviseur stellen op aarde. Ik schrijf een bericht. Het duurt natuurlijk anderhalf uur om antwoord te krijgen."

Zijn glimlach bleef onveranderd, maar zijn ogen vernauwden zich een fractie. "Dat is uw recht. Maar ik zou het niet doen."

"Waarom niet?"

"Omdat er een standaardprocedure is. Alle post van het station naar de aarde loopt via mij. Dat is een kwestie van efficiency. U hoeft het niet zelf te verzenden."

"Dus ik mag niet zelf mijn juridisch adviseur schrijven?"

"Ik zeg niet dat u het niet mag. Ik zeg dat het efficiënter is als ik het doe." Hij liep dichterbij. Zijn blik gleed over het bureau, naar de handdoek, naar de laptop van Daan die ze in de la had geschoven. "Het is bijzonder rustig in uw werkplaats, mevrouw Veldkamp."

"Ik werk graag in stilte."

"Dat is wat Daan ook zei." Hij lachte zachtjes. "Soms denk ik dat mensen die hier komen allemaal meer van stilte houden dan van mensen."

"Misschien is stilte veiliger."

"Dat denk ik niet." Hij keek haar recht aan. "Ik denk dat stilte gevaarlijk is. Er gebeuren dingen in. Mensen beginnen dingen te horen. En dan gaan ze iets doen wat ze later betreuren."

"Wat bijvoorbeeld?"

"Dat weet ik niet. U vertelt het mij vast als u het weet." Hij tikte tegen zijn tablet. "Laat u de papieren vóór vrijdag tekenen? Ik moet hem naar de aarde sturen. Anders kan Lotte u de toegangsrechten niet geven. Dat zou jammer zijn."

"Dat zou jammer zijn," herhaalde Mara.

"Prettige dag." Hij draaide zich om en liep weg. De deur gleed achter hem dicht.

Mara bleef een moment stilzitten. Daarna tilde ze de handdoek op. De bandrecorder lag er rustig onder, met zijn twee ronde ogen.

"Lotte," zei ze zacht. "Heeft hij iets gezien?"

"Hij keek naar de handdoek."

"Dat dacht ik al."

"Mara." Lottes stem klonk zorgelijk. "Hij heeft vanochtend een bericht gestuurd. Naar de aarde. Buiten mij om."

"Wanneer?"

"Zes minuten geleden. Hij gebruikte een kanaal dat ik niet kan lezen. Ik weet alleen dat het is gebruikt."

Mara sloot haar ogen. Daan had gelijk gehad. Er was een tweede kanaal. En Elias gebruikte het net nu, terwijl hij aan haar bureau had gestaan.

Ze trok de bandrecorder naar zich toe en drukte de rode knop in. De spoelen begonnen langzaam te draaien.

"Straks," fluisterde ze. "Straks luisteren we."

* * *

Aan het eind van de middag zocht Sander haar op in de werkplaats. Hij liet de deur dicht en bleef er met zijn rug tegenaan staan.

"Ik heb Elias gesproken," zei hij.

"Over de handtekening?"

"Over iets anders. Over de antenne." Hij streek over zijn nek. "De grote schotel op de buitenste arm, aan de maanzijde, geeft sinds gisteren een storing. Hij wil dat iemand er morgen naar kijkt. Hij zegt dat het een kleine reparatie is, een uurtje buiten."

"Wie gaat?"

"Hij stelde jou voor."

Mara trok een wenkbrauw op. "Mijn tweede week. Mijn eerste buitenwandeling."

"Dat zei ik ook. Maar het is binnen jouw functie. De antenne hoort bij Techniek. En Daan deed dat werk altijd." Sander keek haar onrustig aan. "Ik vertrouw het niet. Hij vroeg het te vriendelijk."

"Dat doet hij altijd."

"Precies." Hij liep naar de bank en leunde ertegenaan, zo dichtbij dat ze het wasmiddel in zijn overall kon ruiken. "Ik kan weigeren. Ik ben commandant. Als ik zeg dat het te vroeg is, is het te vroeg."

"En dan weet Elias dat we iets vermoeden."

"Misschien weet hij dat al."

Mara dacht na. Ze draaide een schroevendraaier tussen haar vingers. "Als ik niet ga, krijgt hij een reden om Femke te sturen. Of Tomas. En die zijn niet voorbereid."

"Ik stuur Tomas mee," zei Sander. "Hij vliegt de korte tocht met de buitenboordwagen. Ik loop mee de sluis in. Ik wil dat jullie allebei veilig terug zijn."

"Hij is geen ingenieur."

"Hij is bang genoeg om voorzichtig te zijn." Sander glimlachte even. "Dat is soms beter."

"En de recorder?"

"Die zet je vannacht neer, in Schacht 7. Pavel helpt. Ik pas op."

Ze keek naar hem. Hij stond rustig, met zijn handen losjes naast zijn lichaam. Zijn gezicht was moe, maar zijn ogen stonden helder. Ze voelde dat ze hem zo graag wilde aanraken dat het pijn deed. Maar ze deed het niet.

"Sander," zei ze. "Zeg me dat het goed komt."

"Dat kan ik niet zeggen." Hij zei het eerlijk, zacht. "Ik kan zeggen dat ik er zal zijn."

"Dat is genoeg."

"Is het?"

"Het is meer dan ik in jaren heb gehad."

Hij kwam een stap naar haar toe. Hij nam haar gezicht tussen zijn handen, voorzichtig, alsof het glas was, en kuste haar op het voorhoofd. Zijn lippen waren warm. Het duurde maar even.

"Morgen," zei hij. "Bij de antenne. En daarna, als je terug bent, praten we."

"Je zei dat al."

"Ik zeg het nog een keer." Zijn duimen streken over haar jukbeenderen. "Omdat ik het meen."

Ze sloot haar ogen. Haar voorhoofd tintelde nog toen hij al weg was.

De bandrecorder lag onder zijn handdoek en wachtte op de nacht.

Alle hoofdstukken
  1. 1 Aankomst
  2. 2 Rondleiding
  3. 3 Het gat in de logs
  4. 4 De waterpomp
  5. 5 Elias Vos
  6. 6 Basis Beneden
  7. 7 Vier uur twaalf
  8. 8 De handtekening
  9. 9 Het luistert
  10. 10 De antenne
  11. 11 De tape
  12. 12 De deur die openging
  13. 13 Het oude dossier
  14. 14 Levende cellen
  15. 15 Haar naam
  16. 16 De gesloten gang
  17. 17 Koffie voor twee
  18. 18 Wat Lotte vergat
  19. 19 De tuin zonder gewicht
  20. 20 Nachtveer
  21. 21 Het lab van Ilse
  22. 22 Lotte kiest
  23. 23 Pavel in de put
  24. 24 Een zieke commandant
  25. 25 Wat Daan wist
  26. 26 De handtekening
  27. 27 Bij het ijs
  28. 28 Wat je vasthoudt
  29. 29 De evacuatie
  30. 30 Het antwoord van de aarde
  31. 31 De Ring valt stil
  32. 32 Wat Elias wist
  33. 33 Wortel
  34. 34 De stem uit de muur
  35. 35 De vertaler
  36. 36 De Zeeslang
  37. 37 De holte
  38. 38 Annelies
  39. 39 Het antwoord
  40. 40 Wortel in het licht