Zwart op Wit

Hoofdstuk 39 van 40

Alleen voor volwassenen

Dit boek is voor mensen van 18 jaar en ouder.

Terug

Zwart op Wit · hoofdstuk 39 van 40

39. Hamerslag

Het verhoor duurde kort voor haar en lang voor hem.

Esmée zat in een kamer met Dewi en een bandrecorder en een beker thee die naar karton smaakte. Ze vertelde alles: het tijdstip, de belofte, de belofte gebroken, de belofte opnieuw gemaakt als partner. Ze liet haar polsen zien, waar Floris had vastgegrepen — gewone roodheid, geen spel. Dewi knikte, schreef, gaf haar een stroopwafel.

Sebastiaan zat drie deuren verder met een advocaat van het veilinghuis die bleek zag. Hij tekende verklaringen. Hij leverde mappen in. Hij zei hardop, voor de microfoon, dat hij Esmée Brandt had gebruikt als lokaas en dat hij dat fout vond, en dat zij daarna had gekozen, en dat dat iets anders was. De advocaat verborg zijn gezicht in zijn handen. Dewi, later, zei dat eerlijkheid soms stom is en soms het enige.

Om middernacht bracht een auto hen terug naar de Prinsessegracht. Het huis rook naar inbraak en moerbei. De kopie was inbeslaggenomen. De ezel stond leeg. Esmée bleef in de kluiskamerdeur staan en keek naar de lege plek.

'Ze is weg,' zei ze.

'Ze is onderweg naar een kluis van Justitie,' zei Sebastiaan. 'Daarna naar Ruth. Dat is beter dan hier.'

'Ik weet het. Ik mis haar toch.'

Hij knikte. 'Ik ook.'

* * *

Boven opende ze de la. Niet wild. Zeker. Ze legde zweep, boeien, blinddoek op het bed. Ze keek hem aan.

'Ik wil geen straf,' zei ze. 'Ik wil voelen dat ik terug ben. Dat mijn lichaam van mij is, en dat ik het je geef. Groen. Hard. Dichtbij.'

'Kleur check,' zei hij, stem rauw.

'Groen. Scheveningen ken je. Twee tikken. Als ik huil, is het niet rood — tenzij ik rood zeg.'

Hij knikte. Hij bond haar polsen vast, vinger ertussen. Blinddoek. Hij liet haar wachten tot ze beefde. Hij gaf haar tikken — vier, licht tot stevig, hand steeds erna, ik zie je. Hij drukte zich tegen haar aan. Hij nam de blinddoek af omdat ze zijn gezicht wilde. Hij hield haar kin. 'Smeek.'

'Alsjeblieft. Neem me terug. Ik ben er. Ik ben er.'

Hij kwam in haar met open ogen, op het bed dat naar zout en zee rook omdat zij naar zout en zee rook, en de rest was adem en naam en het harde, natte loslaten van iemand die een deur was geweest en nu weer een vrouw mocht zijn. Zij riep zijn naam tot haar stem brak. Hij volgde met zijn gezicht in haar hals, snikkend bijna, en zij hield zijn hoofd vast terwijl haar geboeide handen in zijn haar trokken.

Nazorg: boeien los, polsen wrijven, plaid, chocolademelk, knie, stilte.

'Wat was goed?'

'Dat je niet vroeg of ik spijt had van Scheveningen,' zei ze. 'Ik heb geen spijt. Ik heb trots. Dat is zwaarder. Draag hem met me.'

'Ik draag,' zei hij. 'Tot ik val. En dan draag jij. Om beurten.'

Ze sliepen. Voor het eerst sinds april sliep hij dieper dan zij. Zij waakte even, luisterde naar zijn adem, en fluisterde naar het lege souterrain: 'Tot snel, Rachel. Tot Antwerpen.'

* * *

Thuis vonden ze de aardbeien van mevrouw Lindeman nog op het aanrecht. Esmée at er drie, achter elkaar, tot haar mond rood was. Sebastiaan zette de waterkoker op. Hij zocht de kardemom. Hij trilde zichtbaar toen hij de vijzel pakte.

'Laat mij,' zei ze. Ze maakte de chocolademelk. Omkering. Nazorg de andere kant op. Hij ging zitten waar zij altijd zat. Hij dronk wat zij gaf. Hij huilde zonder geluid toen de warmte zijn handen bereikte.

Later, na het spel en de eed en de slaap, werd ze wakker van een bericht van Dewi: Doek veilig. Floris blijft vast. Pim praat. Slaap. — D.

Ze liet Sebastiaan het scherm zien. Hij kuste haar schouder. 'Morgen Verhagen. Artikel zeven. Schrappen.'

'Morgen,' zei ze. 'Vandaag alleen dit.' Dit was zijn borst, haar knie zonder pijn, de open la, het lege souterrain, het feit dat ze nog ademden in hetzelfde ritme.

Om zeven uur bracht mevrouw Lindeman verse broodjes en zei niets over politieauto's. Ze zei alleen: 'De haken zijn nog leeg, zie ik. Hang er iets aan. Lege haken maken een huis nerveus.' Esmée knikte. De rijzweep lag in de la. Het uniform niet — dat lag over een stoel, zout, zandig, eerlijk, en zou gewassen worden alsof het een vlag was na de overwinning.

* * *

In bed, na alles, praatten ze tot het licht werd, zoals die eerste nacht in juni, maar ouder.

'Ik was bang dat je rood zou zeggen toen Floris je meenam,' bekende hij. 'Niet tegen hem. Tegen mij. Tegen ons.'

'Ik dacht eraan,' zei ze. 'Eén seconde. Toen dacht ik aan de open kast die ik nog niet had. Aan Ruth. Aan je soep. Ik koos groen. Niet omdat ik dapper ben. Omdat ik heb geleerd dat groen niet betekent dat het niet zeer doet.'

Hij kuste haar polsen, waar boeien en Floris allebei sporen hadden geprobeerd. 'Nieuwe regel,' zei hij. 'Als iemand je vastgrijpt buiten spel, is het automatisch Scheveningen. Geen discussie.'

'Aangenomen,' zei ze. 'Schrijf het op. Morgen. Nu slaap je. Je snurkt bijna. Dat is nieuw. Ik vind het onaanvaardbaar charmant.'

Hij snurkte inderdaad, licht, en zij lag wakker met een glimlach die zout smaakte en zoet, en luisterde naar een huis zonder schilderij dat eindelijk groter leek, niet leger.

* * *

Ze waste het uniform met de hand in de gootsteen, zout water en zeep, tot haar vingers rimpelden. Sebastiaan droogde af. Samen hingen ze het te drogen in de tuin, tussen de moerbeivlekken, zwart-wit in de wind als een vrede-vlag. Mevrouw Lindeman fotografeerde het stiekem. Later stuurde ze de foto naar niemand; ze printte hem en legde hem bij haar eigen trouwfoto's, omdat sommige burengeschiedenissen heilig zijn.

* * *

's Nachts droomde Esmée dat Rachel uit het schilderij stapte en vroeg om thee. Zij zette thee. Rachel zei dank je in het Frans. Odile naaide in een hoek. Sebastiaan at soep van een bord. Het was een goede droom. Zij werd lachend wakker. Hij vroeg waarom. Zij zei: 'Omdat iedereen at en naaide en niemand stal.' Hij begreep het. Hij droeg haar naar de keuken voor echte thee, blote voeten op koude tegels, knie oké.

* * *

Het spel die nacht was hun taal om te zeggen wat verklaringen niet konden. Elke tik een letter. Elke kus een stempel. Elke keer dat zij zijn naam riep een handtekening onder een nieuw contract: wij, hier, na alles.

Na de nazorg vroeg zij of hij de voorbezichtiging nog wilde inhalen — symbolisch, leeg, voor de genodigden die respectvol hadden geknikt. Hij zei nee. 'Geen lege hamer meer. Alleen volle handen.' Zijn handen lagen op haar buik. Vol genoeg.

Om drie uur ging zij naar de kluis. Leeg. Zij liet een briefje achter op de ezel: Voor Rachel — onderweg naar het licht. — E. Sebastiaan vond haar daar. Hij las het. Hij voegde toe: — S. Zij sloten de deur niet op slot. Alleen dicht. Verschil.

* * *

Fien kwam de volgende ochtend met croissants en de kat in een draagtas. De kat haatte de draagtas en het huis en toen niet meer toen er schoot was. Fien omhelsde Sebastiaan kort, hard, als waarschuwing en zegen. 'Paal blijft in de gang,' zei ze. 'Maar vandaag mag hij stof vangen.'

* * *

De ochtend na de hamerslag rook het huis naar koffie en natte wol. Esmée at een broodje van mevrouw Lindeman staand, toen zittend, toen lachend omdat hij haar dwong tot het bord. 'Ik leer je niets meer,' zei zij. 'Je bent onhoudbaar gedisciplineerd.' 'Dat is mijn fetish,' zei hij droog, en zij proestte in haar koffie.

* * *

Zij belden Ruth samen. Beeld. Ruth toonde de muur waar Rachel zou hangen. Wit. Wachtend. 'Kom gauw,' zei Ruth. 'Ik maak soep. Geen pan voor jou alleen, jongeman. Borden. Odile zou het eisen.' Sebastiaan beloofde borden. Esmée beloofde het uniform te laten zien — als foto, niet als plicht. Ruth knipoogde. 'Keuze is mooier dan plicht. Ik weet dat al sinds 1940.'

* * *

's Middags sliepen zij op de Chesterfield, haar bovenop, zijn handen op haar rug — niet tussen de schouderbladen, lager, veilig, afgesproken. Geen seks. Wel adem. Wel vertrouwen. Wel een huis dat eindelijk middagslaapjes toestond zonder schuld.

* * *

Na Fiens bezoek met de kat ruimden zij zand van de vloer. Elke korrel een herinnering. Esmée bewaarde één korrel in het grijze doosje bij de clipjes. 'Bewijs dat ik sprong,' zei ze. Hij knikte. 'Bewijs dat ik ving.'

* * *

Zij keken die avond geen nieuws. Zij luisterden naar vinyl die Odile had nagelaten — Franse chansons, krakend. Sebastiaan danste met haar door de kamer, stom, voorzichtig om haar knie, zijn hand in haar taille. Geen ballet. Wel ritme. Wel lach. Wel een man die eindelijk niet mat terwijl hij bewoog.

* * *

Voor het slapengaan opende zij het schrift en schreef: Scheveningen gezegd. Hij gekomen. Rachel veilig. Ik groen. Hij snurkt. Wereld draait. Hij schreef eronder: Andermaal. Verkocht aan ons. Zij sloten het schrift. Zij sloten geen deuren. Slaap kwam als een deken, niet als vlucht.

* * *

Om vijf uur 's ochtends belde een journalist het huis. Sebastiaan nam op, zei 'geen commentaar', legde neer, trok de stekker uit de muurtelefoon. Esmée applaudisseerde vanaf het kussen. 'Hamerslag,' zei ze. 'Zonder veiling.' Hij boog, theatraal, en kroop terug naar haar warmte.

* * *

Zij aten die avond Indonesisch uit bakjes, staand, expres, als citaat uit hun begin, en gingen toen zitten omdat zij het inmiddels beter wisten. Hij zei: 'Ik mis de hamer niet.' Zij zei: 'Ik mis de schuld niet.' Zij tikten de bakjes tegen elkaar. Andermaal.

* * *

In bed vroeg hij of het spel ooit te veel zou worden na Scheveningen. Zij dacht na. 'Alles kan te veel worden. Daarom hebben we woorden. Daarom hebben we jou die stopt. Daarom heb ik jou die blijft.' Hij knikte. Hij sliep. Zij luisterde naar zijn snurk — zacht, zeldzaam, van haar.

* * *

Om middernacht opende zij de e-mail van de balletschool: toelating bevestigd. Zij stootte hem wakker. Hij juichte in fluistering. Zij vierden het met een kus die naar sambal en belofte smaakte. Buiten viel regen. Binnen viel niets behalve slaap, later, verdiend.

* * *

Zij namen een bad samen, te klein voor twee, perfect voor knieën en excuses zonder woorden. Water over zijn litteken. Water over haar litteken. Twee lichamen met geschiedenis die niet meer hoefden te winnen. Hij waste haar haar. Zij waste zijn rug. Geen bevelen. Wel groen in hun ogen.

* * *

Later legde hij de rijzweep terug in de la op nieuw vilt. Zij legde de boeien ernaast. Blinddoek gevouwen. 'Arsenaal,' grapte hij. 'Taal,' corrigeerde zij. Hij accepteerde de correctie zoals hij biedingen accepteerde: met een knik, met respect, met verlangen naar de volgende ronde.

* * *

Voordat zij het licht uitknipte, fluisterde zij: 'Hamerslag was niet de politie. Hamerslag was jij die mijn kleur vroeg op het zand.' Hij slikte. 'Dan veiling ik de rest van mijn leven aan die vraag.' 'Verkocht,' zei zij. 'Andermaal.'

* * *

In de ochtend lag er een kaartje op haar kussen: Welkom terug. Kleur? — S. Zij schreef eronder: Groen. Met zee in mijn haar. Was me. — E. Hij waste haar. Niet als dienst. Als keuze. Water. Zeep. Kus in haar nek. Geen haast. Wel hard worden tegen haar heup, wel lachen, wel later — na ontbijt — de la, opnieuw, omdat nazorg soms vooraf komt en verlangen daarna, en zij de volgorde inmiddels zelf schreven.

* * *

'Andermaal?' vroeg hij bij de la. 'Verkocht,' zei zij. En de hamer was zijn mond op de hare.

De hamerslag galmde nog in het hout van de leestafel, niet als veiling, als hart. Zij sliepen. Zij werden wakker. Zij gingen door. Dat was de ware klap: niet het einde, het verder.

Fien appte: kat slaapt op je trui die je liet liggen. claimt eigendom. Esmée antwoordde: delen. zoals volwassenen. Sebastiaan las mee en zei: ik claim alleen wat je geeft. Zij gaf hem haar hand. Hij sliep. Het huis hield de wacht zonder sloten die loegen.

Om zeven uur bracht de bakker brood. Gewoonte. Wonder. Zij aten. Verder gaan bleek zo simpel als kauw.

Alle hoofdstukken
  1. 1 De clausule
  2. 2 Het bureau
  3. 3 Achttellen
  4. 4 De Dienstbode
  5. 5 Briefjes
  6. 6 De jarretelle
  7. 7 Lieverd
  8. 8 Nachtwerk
  9. 9 Het geld
  10. 10 Onweer boven de gracht
  11. 11 Jij
  12. 12 De rijzweep
  13. 13 Kat
  14. 14 Muis
  15. 15 Lev
  16. 16 Polsen
  17. 17 De veiling
  18. 18 Hitte
  19. 19 De code
  20. 20 Groen
  21. 21 Spelregels
  22. 22 Het contract
  23. 23 Blinddoek
  24. 24 Oranje
  25. 25 Polsboeien
  26. 26 Pim
  27. 27 Maud
  28. 28 Twintigduizend
  29. 29 Rood
  30. 30 Afstand
  31. 31 1943
  32. 32 Terug
  33. 33 Odiles dagboek
  34. 34 De Genève-map
  35. 35 Pion
  36. 36 De wissel
  37. 37 Voorbezichtiging
  38. 38 Scheveningen
  39. 39 Hamerslag
  40. 40 Vrij van dienst